Gorredijk

Terug naar boven

De Flambou




De oude school van Kortezwaag met daarnaast de dienstwoning.



''De Flambou, de Flambou, de Flambou, is hjoed yn tou''

Dit is de aanhef van het schoollied van de Flambou, geschreven door de heer Van der Vee, voormalig hoofd aan deze school. En ''yn tou'' is deze school zeker, daarvan kan ieder die het gebouw binnenloopt getuigen. De Flambou staat vanaf 1963 aan de Mientewei in Gorredijk, maar heeft zijn wortels in het vroegere Kortezwaag. En om over die vroegere school wat informatie te krijgen zijn er gesprekken gevoerd met oud-leerlingen, ex-oudercommissie- en personeelsleden en is er gesnuffeld in de archieven van het gemeentehuis en de oudheidkamer, in de notulenboeken van de oudercommissie en de Nederlandse Bond van Onderwijzers en in schoolkranten.

Benoeming
In de vorige eeuw was er reeds sprake van lager onderwijs in Kortezwaag hoewel daarover in de archieven van de gemeente niet veel terug te vinden is. Wel weten we dat het schoolgebouw aan de Lijkweg naast de kerk stond. Rond 1882 werd het besluit genomen tot de bouw van een nieuwe openbare lagere school. Hiertoe werd een stuk grond van 1500 m2 aangekocht van de freule E.E.R. Lycklama á Nijeholt voor een bedrag van f450,-. In die tijd werd er gestart met de bouw van verschillende lagere scholen in de gemeente Opsterland De nieuw gebouwde school, gelegen op de hoek van de Nijewei en de Lijkweg in Kortezwaag werd op 16 november 1885 geopend en had op dat ogenblik rond de negentig leerlingen. Kort voor de opening van de nieuwe school kreeg het oude schoolhoofd Wiebe Lammert Elzinga ontslag na 40 jaar trouwe dienst waarbij hem de toezegging werd gedaan dat hij als beloning voor zijn vele werk, levenslang in de oude dienstwoning mocht blijven wonen.
Als nieuw hoofd werd Geert Boele Wieling benoemd, die al in 1892 eervol ontslag kreeg i.v.m. een benoeming elders. Dit leidde direct al tot problemen i.v.m. een nieuw te benoemen schoolhoofd. Er waren twee kandidaten, n.l. de heer Nawijn uit Beets en de heer Bouma uit Siegerswoude. Het Plaatselijk Belang en verschillende ouders voerden aktie om de heer Nawijn benoemd te krijgen. Hiertegen ontstond weer een aktie van ouders die dit niet wensten, aangezien de heer Nawijn de beginselen van de destijds nog jonge, dikwijls in opspraak zijnde sociaal democratische partij zou aanhangen. Uiteindelijk leidde dit ertoe dat geen van beide werd benoemd. Bij het doorlezen van oude verslagen van de gemeenteraad blijkt dat de geschiedenis zich steeds herhaalt. Ook in de vorige eeuw waren er verzoeken om loonsverhoging. In 1882 verdiende een hoofdonderwijzer ongeveer f750,- per jaar. Met het oog op het verloop werd voorgesteld bij elk jaar trouwe dienst dit bedrag te verhogen met f50,-. Rond 1916 verdiende het hoofd der school f1100,- per jaar terwijl een onderwijzer(es) het met f650,- moest doen. Als men tevens onderwijs in nuttige handwerken gaf, ontving men f18,- extra.


Openbare Lagereschool Kortezwaag voorjaar 1960. V.l.n.r. achter: Murk Brouwer, Hannes Bergsma, Fokke Veenstra, Jan Talsma, Hendrik Hijlkema, Jan Bleeker, Hendrik Coehoorn, B.Wapstra. 2e rij: Sjoukje Hielkema, Trijntje Post, Bonnie Duursma, Hiltje van Dam, Grietje Krist, Geertje Duursma, Grietje Hoen, Nienke van Dam, Hiltje Pultrum, Akke Rinsma. Voor: Jacob v.d. Bij, Sietse v.d. Spoel, Wobbe Rozenberg, Hotze v.d. Vliet, Riekus Bergsma, Jan Velde, Piet Stoelwinder, Jopie de Vos, Hendrik v.d. Bosch.

Armoede & Leerplicht
Het was een tijd van grote armoede. Dit wordt geïllustreerd door het feit, dat rond 1900 een hele discussie werd gevoerd over het wel en niet verstrekken van gemeentefondsen voor voeding en kleding aan arme kinderen op een aantal; scholen in Opsterland. Doel hiervan was het grote schoolverzuim te bestrijden hetgeen leek samen te hangen met kinderarbeid e.d.. Er was toen wel een leerplichtwet, schooldwang was er echter niet. Er werd verschillend gedacht over dit voorstel. De één vond dit een taak voor de armmeester, de ander vond, dat voeding moest worden gezien als leermiddel aan gezien het de fysieke toestand van de leerling versterkte en zo een bijdrage leverde aan een verbeterd onderwijs. Uiteindelijk kwam er f 150,- uit de bus voor iedere school gedurende één jaar. Uit de beperkte hoeveelheid jaarverslagen van de lagere school te Kortezwaag blijkt aan het eind van de eerste wereldoorlog het aantal kinderen te zijn toegenomen tot 147. Nederland zat toen als neutrale natie in een moeilijk parket, er was een groot gebrek aan brandstoffen, kleding en voeding. Voor de 147 kinderen waren er drie vaste leerkrachten en een tijdelijke leerkracht, te weten de toen nog jonge juffrouw Reinbergen, die 46 jaar lang aan de school verbonden zou blijven. Zij slaagde in 1917 als onderwijzeres en kwam toen als volontair in Kortezwaag bij mevrouw de Jong-de Bildt. In juni van datzelfde jaar werd mevrouw de Jong ziek en mocht Jikke Reinbergen haar vervangen. Zij kwam voor klas 1 en 2 te staan met in totaal 56 kinderen. ''Se sieten oan'e muorren ta'', zei ze in haar afscheidsrede in 1963, ''t sil earst wol mâl gong wêze''. Toch maakte ze blijkbaar een goede indruk want toen er twee jaar later een vierde leerkracht nodig was in Kortezwaag werd zij uit de vele sollicitanten gekozen voor deze betrekking. Nog twee jaar later, in 1921 werd aan de drieklassige school een vierde lokaal bijgebouwd. 


De voormalige lagere school met dienstwoning aan de Nijewei 1969, in 1963 werd de nieuwe school in gebruik genomen.

Vakantie
In het notulenboek van de Nederlands Bond van Onderwijzers vinden we een verzoek van deze bond aan de gemeente om een herfstvakantie in te stellen die gelijk zou vallen met de ''Gordykster Merke''. Dit verzoek werd gedaan in 1926. In die tijd liep het schooljaar van april tot april, en waren de kinderen vrij met pasen, pinksteren en kerst. Daarnaast had men een meivakantie en drie weken zomervakantie in augustus. Dit lijkt weinig, ook al omdat de kinderen ook zaterdagmorgen naar school gingen, maar de leerlingen kregen vrijaf bij betrouwbaar ijs (iedere middag!) en tevens was er een landbouwverlof waarin stond dat de kinderen in september en oktober vrijaf mochten hebben om te helpen bij het aardappels rooien. Vaak ook verzuimden de kinderen omdat ''ze niet naar school konden bij gebrek aan klompen'', of omdat er een epidemie was uitgebroken. Aangezien destijds het schoolverzuim vermeld moest worden in de jaarverslagen aan de gemeente kunnen wij nu nog lezen dat in november 1916 een mazelepidemie heerste waardoor in die maand het gemiddelde ziekteverzuim de 19% haalde.
Op het verzoek van de bond werd door het gemeentebestuur negatief gereageerd. Hoewel men door bleef gaan met het aandragen van argumenten omdat Smallingerland en Heerenveen al wel een herfstvakantie hadden kwam er pas in 1935 opnieuw een reaktie van het gemeentebestuur. Het onderwijzend personeel kwam toen met een voorstel van een herfstvakantie in begin oktober, omdat ''de kinderen dan eikels en beukels kunnen zoeken en de kachels in school kunnen worden gezet''. Men wilde het vrijaf op marktdagen maar afschaffen uitgezonderd voor de scholen in Gorredijk en Beetsterzwaag. ''En Kortezwaag''!, zei mevrouw de Jong-de Bildt, aldus het notulenboek.


Mevrouw Tj. de Groot-Reinbergen krijgt de gouden ere-medaille, verbonden aan de Orde van Oranje Nassau opgespeld door burgemeester Harmsma, 1 mei 1964

Vakken
Een oud-leerling die de school in Kortezwaag bezocht van 1925-1931 weet zich nog te herinneren welke vakken er toen op het rooster stonden. Dat waren: nederlandse taal en lezen, rekenen, schoonschrijven, geschiedenis, aardrijkskunde, natuurkunde, biologie, zingen en gymnastiek. Tijdens het vak nederlandse taal werden er ook opstellen gemaakt, die later door meester de Haan, het schoolhoofd, werden voor- gelezen aan de klas. Voor het vak geschiedenis werd een klein bruingrijs boekje gebruikt, ongeveer 12 bij 17 cm., met alleen jaartallen daarbij trefwoorden en korte beschrijvingen. Al die jaartallen moeste uit het hoofd worden geleerd. In de 5e en 6e klas werd er zangles gegeven waarin met behulp van cijfernoten twee-stemmige liedjes werden aangeleerd. Pier Hoekstra herinnert zich dat hij met Aldert Glastra en de dochters van Hendrik de Jong, Geertje en Iepie, mocht voorzingen voor de klas. Er werd veel gezongen bij meester de Haan. Bij het vak natuurkunde werden proefjes gedaan. In de eerste klas kregen de kinderen geen gymnastiek, in de hogere klassen wel. Omdat er geen gymlokaal was vond de les plaats op het schoolplein en ook wel op het weiland waar nu de ijsbaan is. 's Winters en bij slecht weer was er dus geen gymles. In Gorredijk was al wel een zweminrichting waar de scholen dankbaar gebruik van maakten, ook toen was er dus al schoolzemmen.
Bij badmeester Pot moest je eerst droogzwemmen op een krukje en daarna kwam je aan de hengel om op die manier het zwemmen onder de knie te krijgen. Voor de meisjes was er verder het vak ''nuttige handwerken''. In de twintiger jaren vond het gemeentebestuur dat de leerlingen maar een bijdrage moesten betalen voor de handwerkprodukten die op school werden gemaakt, maar het onderwijzend personeel was hier op tegen. Op sommige scholen was een handwerkassistente, gezien het aantal leerlingen geen overbodige luxe. Op iedere school was wél een handwerkcommissie, bestaande uit oudercommissieleden of ''meesters juffers'', die eens per jaar controle uitoefenden op het vak nuttige handwerken. Behalve voor het vak gymnastiek werd het schoolplein van Kortezwaag met zijn prachtige kastanjebomen ook gebruikt voor de vele spelletjes in het ''vrije kwartier''. Spelletjes die ons nu niet meer bekend in de oren klinken waren ''grifke gooien'' en huodsje bâlje'' (in die tijd droegen ook de schoolkinderen en hoed of een pet). 

Jaarverslagen
De jaarverslagen van de ouderraad tussen 1920 en 1930 zijn voornamelijk gevuld met verslagen van ouderavonden waar taarten werden verloot om de kas te spekken. Het bleek een rustige tijd te zijn met als twee-jaarlijkse hoogtepunt de schoolfeesten die uitbundig werden gevierd. Voor het overige waren er geen grote problemen, wel valt op dat in zo'n verslag uitvoerig alles werd beschreven tot in de kleinste details toe. Uit een verslag uit 1930 kun je dan lezen hoe de tafels en de stoelen werden klaar gezet met thee en de biscuits. Een strijkje onder leiding van H. de Jong speelde voor 35 ouders, die het optreden zeer waardeerden. Het hoofd der school droeg een fragment voor uit de Flierefluiters operette terwijl de heer Looyenga een fries gedicht voordroeg. Dit zijn toch zaken die men tegenwoordig zelden meer tegenkomt. In 1932 werd er een nieuw hoofd benoemd, de heer Wapstra. Hij werd verwelkomd door het zangkoor van Kortezwaag. Wapstra kwam als jong hoofd naar Kortezwaag en bleef 38 jaar aan de school verbonden, vandaar dat de school ook wel bekend was als de ''school Wapstra''.

Behalve dat de leerkrachten van de school in Kortezwaag zich volledig inzetten voor hun school waren ze ook aktief in b.v. de Onderwijsbond. Dat blijkt uit de notulen en de presentielijsten. Mevrouw de Groot-Reinbergen achtte het belang van een vakbond die opkomt voor de belangen van zijn leden erg groot. In 1934 ging zij samen met andere onderwijzeressen naar Den Haag om de belangen van de gehuwde onderwijzeres die geen kostwinster is te bepleiten. Ook voerde zij een lange briefwisseling met het ministerie over de slechte pensioenregeling voor deze groep.

In 1935 bestond de openbare school te Kortezwaag 50 jaar. In die tijd heerste er een heftige strijd tussen het bijzonder en het openbaar onderwijs. Onder het motto: Geen aantasting van de openbare school, houdt koers, kiest Marchant!, trok het openbaar onderwijs ten strijde. Over en weer beschuldigde men elkaar van het z.g.n. ''kopen'' van kinderen, men zou de financiele moeilijkheden van de ouders gebruiken om kinderen voor hun school te winnen. De jaarverslagen eindigen in 1938, als er 95 leerlingen de school bezoeken. Van deze leerlingen krijgen er 52 van 1 oktober tot 1 maart warme melk verstrekt, te betalen uit het ouderfonds. Heel veel geschriften werden tijdens de nu volgende periode, de tweede wereldoorlog, vernietigd om moeilijkheden te voorkomen. Immers alle bijeenkomsten werden zeer gedetailleerd beschreven? Dat de oorlog ook Kortezwaag niet ongemoeid liet blijkt uit het gedenkboek van mevrouw de Groot-Reinbergen, waar bij een schoolreisfoto uit 1946 het volgende rijmpje staat vermeld:

 

Wij libje, lokkich mar, wer frij
en dus nou geane wij opnij
nei ''Appelschaster Duinen'' ta         
wij kin' wer folle wille ha
Mar trije man bin der net mear;
it libben docht ek wolris sear.    

  

De eerste vrouw
Aan het eind van de tweede wereloorlog deed ook het eerste vrouwelijke oudercomissielid haar intrede. Voor die tijd werd deze funktie bekleed door alleen maar mannen. Mevrouw de Groot-Reinbergen drong er bij de heren op aan om op de eerstvolgende ouderavond een vrouw te benoemen die haar zou kunnen helpen bij verschillende aktiviteiten. Door de heren oudercommissie-leden werd dit uitgebreid besproken. Tot één van hen opmerkte: ''Mar ien frou kinne we dochs wol de baes!'', en aldus werd besloten. Op de eerstvolgende ouderavond in 1945 werd mevrouw Veenstra-Wedman benoemd. Ook zij heeft zich een lange tijd, n.l. 20 jaar, als oudercommissielid ingezet voor de school. Wat de heren van de oudercommissie echter niet wisten was dat mevrouw Veenstra op de hoogte was van het gesprek voorafgaande aan haar benoeming, omdat zij op dat moment in de ruimte ernaast een zondagschoolgroep leidde.

Schoolreisje
In Kortezwaag had men de gewoonte om het ene jaar een school- en volksfeest te organiseren en het andere jaar een school- en volksfeest te organiseren en het andere jaar op schoolreis te gaan. De laagste klassen gingen meestal een dagje naar Appelscha met de bus. Er werd speelgoed meegenomen en aangekomen in de duinen werd dat verdeeld, de een kreeg een emmer en een schep, de ander een bal. Foto's uit die tijd getuigen van ware bouwkunst. De oudere kinderen gingen ook een dag uit met de bus maar dan ook naar een verder gelegen doel. De heer Hoekstra weet nog te vertellen van een schoolreis naar Ameland in 1930. Omdat de kinderen van toennog niet zo bereisd waren als de meeste kinderen nu, ontlokte de aanblik van het strand met de duinen de kinderen een: ''Oh, bergen!''. De jongens zetten het op een lopen naar de top van de duin. Meester de Haan floot hen terug en de jongelui renden het duin af, niet wetend dat je van een helling lopend meer snelheid krijgt. Ze vielen dan ook op hun gezicht, een pijnlijk begin van de schoolreis. Daar Hoekstra die dag ook nog zijn pet kwijtraakte eindigde de dag eveneens onplezierig. Mevrouw Veenstra begeleide als ouder vaak schoolreisjes. Zij is een keer meegeweest met een klas naar Rotterdam. Het was een door N.S. georganiseerde reis naar Blijdorp en de Euromast. Het was die dag warm weer en de kinderen klaagden de hele dag over dorst. Bij de daaropvolgende schoolreisjes zorgde men altijd voor voldoende limonade. Verder werden er nog reisjes gemaakt naar Den Helder met de visafslag en de oorlogsschepen en nog later gingen de hoogste klassen een meerdaags schoolreisje maken naar Havelte of Sondel. Men ging daar op de fiets naar toe en een fietscontrole bleek geen overbodige luxe. Er werd onderweg veel gezongen en eenmaal in Sondel aangekomen werd het ''spook van Sondel'' opgevoerd met de meegebrachte lakens en een zaklantaarn.


Schoolreisje Appelscha 1946-1947. Achter v.l.n.r.: Juf de Bildt, Juf Jikke de Groot-Reinbergen, Lammert Moll, Berend Wapstra, Eeuwe Nijboer, Age Hoekstra. 2e rij: Nellie Sassen, Ietje Kromsigt, N.N., Joukje Roelinga, Jacob de Jong, Grietje Jonker, Oene Dijkstra. 3e rij: N.N., N.N., N.N., N.N., Jacob Simons, Sietse Klijnstra, N.N., Douwe de Kroon, Stoffel Bakker. 4e rij: N.N., N.N., N.N., N.N., Tineke Pultrum, N.N. 5e rij liggend: N.N., Klaas Koelma, Henk Moll, Jouke de Vries, Gerrit de Vries, Harm Akkerman, Anne Veenstra, N.N., Wouter Stoelwinder, Ekke Foppes, Henk Hofma, Johannes Tenge.

Schoolfeest & Plaatselijk Belang
Het ene jaar dus een schoolreis, het andere jaar een schoolfeest. Aan het schoolfeest in Kortezwaag heeft Hans de jong in zijn boek ''Gorredijk te kijk'' ook al een artikel gewijd. Bij zo'n schoolfeest hoorde een draaimolen en een traktatie voor de kinderen. Verder werd het dorp versierd en was er muziek, een optocht en volksspelen. Natuurlijk kon de school dit niet alleen organiseren, dit feest werd opgezet in samenwerking met Plaatselijk Belang Kortezwaag. Om het geheel te doen slagen moest er voldoende geld zijn en daarom werden de oudercommissieleden er op uitgestuurd met intekenlijsten. Mevrouw Veenstra kreeg samen met de heer Age Hoekstra de opdracht om de mensen aan de Leyen te bezoeken. Hun tocht verliep vlot tot ze bij een woning kwamen waar op hun bellen en anne16.jpgkloppen geen reaktie kwam. Volgens Hoekstra moest er wel iemand thuis zijn en gingen zij achterom om het bij de achterdeur te proberen. Op hun ''volluk'' kwam de reaktie niet uit de woning maar uit het ''hûske'' achter het huis. De deur daarvan zwaaide open en toonde de vrouw des huizes, zittend op het gemak met wijduit gespreide rokken en een bruingebreide onderbroek om de enkels. En zo zittend werden de zaken even geregeld. Het schoolfeest was niet de enige vorm van samenwerking tussen de school en Plaatselijk Belang, ook andere aktiviteiten werden gezamenlijk georganiseerd. De Kortezwaagster bevolking leefde zeer intensief mee met hetgeen in en om de school gebeurde. Mevrouw de Groot heeft eens geprobeerd wat geld los te krijgen van het gemeentebestuur voor het opzetten van een bibliotheek voor de aanvangsklassen. Tot dan toe had zij zich steeds beholpen met boekjes van haar eigen beide kinderen, maar ze kreeg in Beetsterzwaag nul op het rekest. Plaatselijk Belang, eenmaal ingelicht, zorgde ervoor dat zij ieder jaar een bedrag te besteden kreeg zodat zij een mooie bibliotheek op kon bouwen. 

Personeel
Behalve de reeds genoemde personeelsleden die zeer honkvast waren komen in de verhalen nog andere namen naar voren: Anneke Rozema, Lute Bethlehem, Murk Brouwer, Appie Postma en Ruurd Sipkes. De meeste onderwijzers bleven niet zo lang aan een bepaalde school verbonden, als ze eenmaal de hoofdakte hadden behaald solliciteerden ze naar een eigen school. Uit gesprekken met enkele van hen komt steeds weer naar voren dat de sfeer in en om de school altijd heel plezierig was, het was prettig werken in Kortezwaag. Van de ouders ondervond men veel medewerking en allen hebben hele goede herinneringen aan de schoolfeesten. Ja, en die ijsbaan vlak bij school was zo gek nog niet! Tegen het hoofd der school klaagde men dan over de geluidshinder welke de muziek op de baan met zich meebracht en dat leverde dan nog wel eens een middagje ijsvrij op. Er was bij de school geen gymlokaal zodat men ook 's zomers gebruikt maakte van het weiland. Echter, toen één van de onderwijzers met zijn leerlingen greppeltjes had gegraven en die had opgevuld met zand om zo een kastie-veld permanent ter beschikking te hebben, kreeg men wel moeilijkheden met de boer die de ijsbaan in huur had. Met veel waardering werd de heer Wapstra genoemd, maar vooral ook mevrouw de Groot, die menig pas beginnend onderwijzer(es) zeer positief wist te begeleiden op de soms toch wel wankele eerste stappen op het levenspad van een meester of juf. Behalve het gemis van een gymlokaal, begon het schoolgebouw ook mankementen te vertonen. Het stond inmiddels al bijna 70 jaar op dezelfde plaats. De buitenmuren waren als het regende aan de binnenkant even nat als aan de buitenkant. Als je iets op wilde hangen viet het meteen weer naar beneden en je moest twee dagen flink stoken om de muren weer droog te krijgen. Ook de geluidshinder van het steeds drukker wordende verkeer over de Nijewei werd een probleem. Vandaar dat men zich sterk maakte voor een nieuw gebouw.

Mededeling in de krant van toen

Juffrouw De Bildt 25 jaar onderwijzeres Kortezwaag 31 juli 1939, KORTEZWAAG, 31 Juli. Morgen, 1 Aug,, hoopt mevr. T. de Jong—de Bildt, onderwijzeres aan de openbare lagere school alhier, haar zilveren jubileum te herdenken. Haar opleiding heeft ze genoten aan de Rijksnormaalessen te Heerenveen Op 3 Mei 1911 slaagde zij voor onderwijzeres en werd. 16 Juni daaropvolgende al in vaste betrekking benoemd te Ossenzijl, gemeente Oldemarkt. Met ingang van 1 Aug. 1914 volgde haar benoeming te Kortezwaag, waar ze nu dus 25 jaar de volle tevredenheid van het personeel, de kinderen en de ouders weet te verwerven



Een nieuwe school
Een ellenlange briefwisseling en veel gesprekken met het gemeentebestuur vooral in persoon van wethouder de Haan waren nodig voordat eindelijk op 13 april 1958 door de gemeente het besluit werd genomen tot de bouw van een nieuwe school. De geplande kosten van het gebouw inclusief de gymzaal werden begroot op ongeveer f300.000,-. Maar toen stond hij er nog niet! Nadat de bouw ontelbare malen was stil gelegd wegens vorstverlet, regenverlet en wat niet al kwam de school in 1963 klaar en werd hij officieel geopend op 10 april 1964. De bouwkosten waren inmiddels opgelopen tot f570.000,-. Men had de school eerst de Juf de Groot-Reinbergenschool willen noemen maar mevrouw de Groot wilde dit zelf niet. De heer Wapstra kwam toen met het idee de school ''de Flambou'' te noemen, de fakkel van kennis en inzicht die wordt overgedragen aan de jongere generatie. En aldus geschiedde. De beeldhouwer Tjeerd Visser maakte voor de tuin van de school een prachtig beeld dat de vooruitgang symboliseert, het overgeven van de fakkel aan de jongere generatie. Mevrouw de Groot verrichte wel de opening van de nieuwe school met behulp van enkele jongens uit de 6e klas die hier vooraf om geloot hadden. Zij droegen een 4 meter zilverkleurige sleutel die versierd was met bloemen. Burgemeester Harmsma, die het gemeentebestuur vertegenwoordigde zei in zijn rede: ''Het is de elfde nieuwe lagere school die sinds de oorlog in Opsterland is gebouwd en het is de mooiste, het pronkstuk van Opsterland''. Het nu volgende lied werd bij de opening gezongen:


Op deze foto schoolhoofd Berend Wapstra (rechts boven) in 1968, twee jaar voor zijn afscheid.

De nije skoalle

It hat lang duorre, mar 't is nou raek
Wannear sil 't wêze sa tocht men faek.
Giet er nou iepen of kin 't noch net
Wolné man 't is dochs: ''Vorstverlet!''

Bromme, brom mar ta
De âlde moat wy lang mei ta
Nije skoalle kom dochs gau
oars binn'wy fan skoalle ôf.
Nou is 't dochs sa fier
ja, wy laitsje nou wer blier
Sjong mar ta, de flaggen út
Hjoed is dan in bliid bislút

Laitsje nou mar ta
Ja, wy kinn' nou wille ha
Skoaltsje nou bist einliks klear
Winskje dogge wy net mear.
Nou is 't dochs sa fier
Ja, wy laitsje nou wer blier
Sjong mar ta, de flaggen út
Hjoed is 't dan in bliid bislút


 


Luchtfoto 1974

Luchtfoto 2016 (Fred Kok)



Met de opening van de nieuwe school behoorde de school in Kortezwaag tot het verleden. Elke leerling had uit de oude school zijn eigen spullen meegenomen en wat er aan zaken overbleef werd verkocht of weggegeven onder het motto: in een nieuwe school horen geen oude spullen. En er veranderde meer: de schoolgrenzen werden verlegd zodat er veel nieuwe kinderen op school kwamen. De nieuwe school leek in het begin erg leuk, vertelden Lutske en Rinske de Jong, maar je mocht er haast niets want alles was nieuw. Je had nu een appart meisjesplein, stoelen en tafels in plaats van banken, werkbanken voor handvaardigheidslessen en een echt gymlokaal. Je moest na de gymlessen je voeten wassen en echte sportkleding dragen. Maar het leukste waren de nieuwe w.c.'s, je hoefde nu niet meer naar de ton buiten in het ''húske''.


De Flambou 2010.

Het was prettig werken in de nieuwe school, ''sinne der omhinne, sinne deryn'', aldus mevrouw de Groot. Hoewel men geen oude spullen wilde meenemen bleek toch dat de sfeer van de oude school wel was meeverhuisd. Ook de medewerking van de nieuwe ouders was weer groot en veel oude tradities zoals de feestelijke ouderavonden in café Hoekstra en de schaatswedstrijden op de ijsbaan werden voortgezet. Er veranderde veel in het onderwijs wat de inhoud van de verschillende vakgebieden betrof, zingen werd b.v. muzikale vorming. ''De Flambou'' veranderde mee. Op 3 juli 1970 nam de heer Wapstra afscheid als hoofd der school en hij werd opgevolgd door de heer T.J. van der Vee, afkomstig uit Nij Beets. De veranderingen in het onderwijs bleven doorgaan zodat het gemeentebestuur aan het verzoek van het onderwijzend personeel van de gemeente tegemoet kwam door een Onderwijskundig Adviesbureau in te stellen. Langzaamaan werkte men toe naar de basisschool, kinderen van 4-12jaar in één school zodat de breuk die er was tussen kleuter- en lagere school werd weggenomen. In juni 1984 werd gestart met de verbouwing van ''De Flambou'': één lokaal werd vergroot zodat het gebruikt zou worden als speel-werklokaal en er werd een personeelskamer bijgebouwd. Op 16 november van datzelfde jaar werden de kleuters van ''Nutshiem'' ingehaald waarmee opnieuw een stukje geschiedenis werd afgesloten. Op 7 maart 1985 werd afscheid genomen van de heer van der Vee die 14 jaar lang werkzaam geweest is op ''De Flambou''. Hij werd opgevolgd door mevrouw van der Meulen.

Op dit moment (1986 red.) werken er acht leerkrachten aan de school waarvan vier in deeltijdbaan. Ook is ''De Flambou'' in het gelukkige bezit van een conciërge. Deze mensen zijn met elkaar verantwoordelijk voor 120 leerlingen en dus is ''De Flambou'' nog steeds ''yn tou''.

Djolt den Hartog, 5 juni 1986.

De komende jaren gaan de vier openbare basisscholen in Gorredijk fuseren. De Tsjerne en de Vlieger zullen in 2016 een nieuwe school betrekken in de wijk Loevestein. De Flambou en Trimbeets volgen een jaar later met hun nieuwe school in het centrum van Gorredijk, vlakbij de huidige basisschool Trimbeets. Naast de openbare basisscholen zullen ook het peuteronderwijs en kinderopvang mee verhuizen naar de nieuwe locaties. Zo ontstaan in Gorredijk twee brede scholen waarin kinderen van 0 t/m 12 jaar een plek krijgen om op te groeien en elkaar te ontmoeten. (red.)