Gorredijk

Terug naar boven

De bevrijding van Gorredijk

De dagboeken van Sjouk Mesman en Dineke Oosterhout

                           'Se binne allegearre dea!'

 

Halverwege april 1945 bliezen de Duitsers de aftocht. In de laatste dagen ervoor spande het er zo om, dat geen mens meer precies wist hoe het zou aflopen. Na de strijd tussen de Ondergrondse en de Duitsers bestond er grote vrees voor represailles, bijgevolg de manlijke bevolking zich in alle vroegte in bijna alle windrichtingen verspreidde de veiligheid tegemoet: het bevrijde Oldeberkoop. En dan na nog eenmaal loos alarm (''De Duitsers komen terug!''), is eindelijk de verlossende vrijheid tasbaar met als bezielende en door velen emotioneel beleefde apotheose: het met veel, als muziek in de oren klinkend, gedruis door Gorredijk, rammelen en rommelen van een in onze ogen toen, onafzienbare, ''trein'' Canadese militaire voertuigen. Een van de momenten, die je je hele leven niet meer zou vergeten. Hoe de gebeurtenissen van april en mei 1945 inwerkten op twee plaatsgenoten: een oudere dame Sjouk Mesman en een tiener Dineke Oosterhout, kunt u vernemen uit de dagboekfragmenten. De weergave van de dagboekaantekeningen is uiteraard chronologisch. Eerst het dagboek van Sjouk Mesman, de echtgenote van Bakker Dirk Mesman.

Het inladen van aardappelen voor het hongerende westen van het land. In lichte overall: Wiebe Lageveen. Zittend in donker jasje: Bouke van der Sloep. In gangboord: Jouke van der Zee. Op de loopplank Jelle Hemkes. Met zak op zijn rug ''Demsey'' Dijkstra.

''De Landwacht is hier sedert maart '44 en daardoor wordt het er bepaald niet veiliger op. Ze loeren op onderduikers, zwarthandelaren en stelen als raven. 's Nachts kloppen ze mensen uit bed, zoeken naar radio's en onderduikers, doch in die tijd, dat ze kloppen, verdwijnt alles. Dan trappen ze de boel in en zijn al binnen voordat je het zelf merkt. Ze doorzoeken alles, zelfs in je kasten en nemen of liever gezegd stelen wat ze willen: fietsen, eten, dus dan is het oppassen en slapen onze jongens, (Ons knechtje is ook onderduiker) op de zolder in een hok. Veel jongens sliepen deze zomer in het koren of in holen in de grond. De Landwacht is hier het slechtste volkje, wat karakter betreft. De Duitsers worden nu snel terug gedrongen. De geallieerden zijn de Belgische grens reeds overschreden. Het begint er nu op te lijken, dat het einde spoedig nabij is, ook al maken de Duitsers nog veel propaganda. Ze beweren, dat ze zullen overwinnen met een nieuw wapen: de V1. Ofschoon Londen wel geteisterd zal zijn, hebben de geallieerden de overmacht in de lucht. Duizenden vliegtuigen trekken er dag en nacht op los. Ze beschieten hier treinen en trams, auto's. In Drachten hebben ze op het station goederen en materieel beschoten: een meisje dood.

Maart 1945

Veel is er deze winter gebeurd, doch we zijn er allemaal nog. In september '44 landen een groot aantal parachutisten bij Arnhem met het doel over de Rijn te komen, doch dit mislukt. Iedereen was optimistisch. We dachten in veertien dagen bevrijd te zijn, doch we moesten de winter nog door. 1 hectoliter antraciet is je winterbrandstof. Iedereen probeert turf en hout te bemachtigen. De ''winkels'', die kunnen ruilen, zijn het gelukkigst: kledingwinkels, kruidenierszaken en slagers.... alles en iedereen ruilt. Zelfs de linnenkasten raken leeg. Ook staken in september de spoorwegen. Alle personeel met huisgezin is ondergedoken. De steden zijn hier de dupe van. Er heerst dan ook hongersnood en koude. Vrouwen fietsen (ook mannen nog wel eens, doch die kunnen zich beter niet op straat begeven) van Amsterdam, Den Haag en Rotterdam naar Friesland en Groningen, om eten en gaan dan met bonen, rogge, boter, konijnen (tezamen zo'n honderd pond!) op de fiets terug. In de winter is het eigenlijk niet te doen. Ze betalen er erg veel geld voor, doch nu willen de boeren geen geld meer, nu moeten ze met kleren komen. De boter wordt in de stad verkocht voor f50,- per pond en nog meer. Een mud tarwe f1700,-; aardappelen f350,- per korf. Alleen wie in de zwarte handel zit en mensen met veel geld kunnen het doen. Niemand mag meer over de IJssel en het wegslepen is hier gedaan. Veel kunnen wij ook niet meer bij de boeren los krijgen. Brabant, Limburg: alles beneden de grote rivieren is bevrijd. Veel vluchtelingen komen hier dagelijks aan en... de mensen moeten onderdak hebben. Omdat wij onderduikers hebben, zijn wij vrij.


De Hoofdbrug in Gorredijk is opgeblazen. Ook de Koornbeurs is beschadigd. Situatie op 14 april 1945.

Naar Smilde

In oktober '44 worden alle mannelijke personen van 17 tot 50 jaar opgeroepen om te werken in Smilde. Er moeten verdedigingswerken worden aangelegd. Ze hoeven zogenaamd niet langer dan 14 dagen. Als ze gaan, hoeven ze niet onder te duiken, vooral getrouwden, maar de meeste verkiezen het laatste. Die gegaan zijn, waren er reeds 7 weken en zagen toen nog geen kans om naar huis terug te keren. Van lieverlede vluchten ze weer uit Smilde. Onze beide jongens zijn een poosje bij ons vandaan geweest, daar we bang waren voor razzia's. Ze worden elders dan ook ''zo maar'' van de straat opgepikt. Het blijft uitkijken, doch desondanks vluchten velen evengoed weer uit Smilde.Steeds worden de mannen weer opgeroepen, doch er meldt zich nu niemand meer.... Fietsenvordering en mensenvordering, paarden-, koeienvordering, boerenwagens: alles wordt gevorderd. Ze zijn ook hier geweest: de Duitsers, om fietsen. Ze waren om 7 uur al aan de gang. De eersten werden slachtoffer (onze fietsen zaten onder de takken verstopt, maar als ze goed willen zoeken, vinden zij ze toch wel). Veel mensen gooien ze in sloten of gaan ze het land inbrengen, maar ook daar vinden zij ze wel. Ze weten precies de plaatsen te vinden. Je kunt ook wel een vrijstelling aanvragen, doch wie een beetje serieus is, wil geen gunst van de moffen hebben. Je ziet dan een paar dagen bijna geen mens fietsen, doch dan proberen ze het wel weer op goed geluk.Ontzettend veel vliemachines gaan over. Naar ze zeggen met parachutisten. 't is een groots gezicht, doch wee waar ze hun bommen gooien! Sedert september '44 zijn er geen trams en geen treinen meer. De post komt nog eenmaal per dag, doch brieven uit Holland hebben soms vier weken werk. 't Moet allemaal per wagen, van de ene plaats naar de andere. In geen weken krijgen we boter. Er is totaal niets meer op de bonnen te krijgen. Alle winkels zijn leeg en die nog iets hebben , ruilen er mee. Nu is er bedden- en dekenvordering. Wij hebben de deur vast, 't is 7 uur 's avonds en de moffen ''ratelen'' aan de achterdeur. De gordijnen hebben we gesloten. Ze gaan gelukkig verder. De vordering heeft te maken met de lazaretten. Ook eenspersoons ledikanten en divans zijn gewild. De divan van de buren zit onder de takken, de fietsen in het kippenhok. Onze bedden in de bakkerskar in het hok en zo zit je iedere dag in spanning wat of ze nu weer zullen uithalen. Enfin... we menen het einde te kunnen zien. Ze trekken steeds verder Duitsland in en dat staat op instorten. 't Is niet te begrijpen, dat we eens weer verlost zullen worden. Gas en electra is er de hele winter niet meer. Wij hadden ons zelf clandestien aangesloten en konden daardoor ook onze radio steeds beluisteren. Doch nu is de kabel stroomloos en zijn wij van alles verstoken. 's avonds een drijvertje in wat olie en dat is 't licht, doch we gaan de zomer tegemoet. Overal zijn centrale keukens opgericht, ter besparing van brandstof, doch 't is de laatste weken geen eten meer. Iedere dag slechtere aardappelen en slechte koolrapen. 

Zaterdag 7 april '45

Een zee van ellende gaat over ons heen naar Duitsland. Het is een en al bommenwerpers en jagers. De geallieerden staan nu op 2 kilometer van Deventer. Coevorden is bevrijd. Zutfen wordt gezuiverd, doch daar is erg gevochten. 't is hier de SS. Nederlanders, die bij de SS zijn gegaan. Ze moeten hun leven geven, voor wat ze hebben gedaan. Ze zijn bij Arnhem over de Rijn! Ze naderen het IJsselmeer! Wat zullen de eerstkomende dagen brengen? 't Is eigenaardig, je doet toch je werk nog en bent bezig met schoonmaken, al ontbreekt het de meesten aan zeep, handoeken en borstels. Niemand heeft er zin in, toch doe je het... het is misschien het enige nog wat je staande houd.


Onze bevrijders -de Canadezen- passeren de Noordoost-Dubbele Straat, op zondag 15 april

Woensdag 11 april

Zutfen, Almelo en Enschede zijn bevrijd! In Zutfen moeten ze ontzettend hebben gevochten. Meest tegen Nederlandse SS-ers. Ze trekken nu naar Zwolle, Meppel, Deventer. Het schijnt, dat ze in beide laatste plaatsen oponthoud hebben. Zullen ze om Zwolle heentrekken? We horen nu totaal niets meer. Wel zijn er veel geruchten, doch die berusten meestal op fantasie. De Duitsers trekken hier 's nachts door vanwege het beschieten van de vliegmachines. Het duurt soms wel vier uur. Waar ze naar toe gaan, weten ze zelf niet of nauwelijks. Ze zeggen, dat ze niet meer over de grens kunnen komen bij Nieuweschans. Het einde is nabij, doch het kan nog moeilijk worden! Alle bruggen zijn door de Ondergrondse onklaar gemaakt bij nacht. Ze komen bij de sluis- en brugwachter  en eisen de spullen, waar ze de brug mee bedienen. Meerdere overvallen worden bij dag en nacht gedaan op zwarthandelaars en burgers. Je weet niet, wat je 's nachts overkomt en of je nog in bed ligt de volgende morgen. De Duitsers doen soms 's nachts invallen en nemen de mannen maar mee. Het is ontzettend angstig. De werkmensen, die door de Duitsers naar de verdedigingswerken waren gezonden, gaan er stilletjes vandoor. Ook heel veel jongens, die in Duitsland werken, zien nog over de grenzen te komen, doch niet iedereen heeft kans.


Gorredijk: 19-4-1945. Rechts van het postkantoor en het huis van kapper Bjinze Stoelwinder

Vrijdag 13 april

't Is oorlog, wat een vreemde oorlog! Wat hebben we ons dat heel anders voorgesteld. Gisteren waren de ''Engelsen'' in Oldeberkoop en we dachten dan ook, dat ze hier gisteravond nog kwamen en wij vrij zouden zijn, doch de Duitsers laten de bruggen springen. Vandaag de brug in Kortezwaag en de brug bij de boterfabriek in Jubbega. Vanmorgen vroeg waren de Duitsers hier bij de bruggen, doch die zijn een paar dagen terug door de Ondergrondse onklaar gemaakt. Wij zijn nu bang, dat ze ze hier vanacht laten springen. De meesten hebben de ruiten er uitgenomen of planken er voor gespijkerd en zo ga je de nacht weer in. Oosterwolde is vrij, de brug in Lippenhuizen is bezet door de Ondergrondse en zo zit je in spanning af te wachten. Zal er hier nog worden gevochten en leven we morgen nog? Om 8 uur 's avonds binnen tot 6 uur 's morgens. Nog 1000 g. brood per persoon per week. Waterleiding, elektrisch, centrale radio.....  alles staat stil. Geen post meer. De boeren moeten met de Duitsers rijden. Ze vorderen of stelen de fietsen bij de mensen. Groepen en groepjes Duitsers trekken hier wanordelijkdoor en zo leef je van de ene dag in de andere en ondanks dat spelen onze onderduikers op de mandoline en zingen. Hoe is het allemaal mogelijk, doch we zien het einde naderen en dat is alles waar je op leeft. Ze trekken 't noorden in op Groningen, Leeuwarden en Assen. Verschillende mensen zijn naar Oldeberkoop geweest om de ''Engelse'' tanks te zien. Het plaatsje is reeds bevrijd.



Zaterdag 14 april

Wat een vreselijke nacht! We worden door een buurjongen, die achterom is geslopen gewekt. Hij zegt, dat ze bezig zijn, met de bruggen en zo zitten we dus af te wachten, wat ons zal gebeuren. Daar komen twee erge ontploffingen, doch de ruiten houden het en we zijn erg blij, dat het gebeurd is. De buren zijn allen verderop getrokken. Een buurjongen zit hier en daar hij niet naar huis kan, blijven we maar op. Om 5 uur in de vroegte komt er een ontzettende slag. Alle ruiten, dakpannen en andere zaken van ons, van de buren en van de overburen, alles slaat kapot. 't Is een overdovend gerinkel. Daar tussendoor horen we mitrailleurs schieten, en zien de Duitsers zenuwachtig heen en weer lopen. We hebben begrepen, dat de Ondergrondse bij de Hoofdbrug probeert de Duitsers te raken. De schutters zitten in de hoekhuizen. We horen, dat de Ondergrondse tenslotte zwijgt. De Duitsers schieten, gooien met panservuisten en handgranaten. Wij gooien de deur in het slot en zijn bang, dat ze vechtende ons huis binnendringen. De Duitsers doen niets dan schieten. Het is erg angstig. De volgende morgen horen we dat Gerke Numan, een van de Ondergrondse, is gesneuveld. De anderen zijn gevlucht. Zaterdagmorgen, iedereen is bezig met opruimen in en buitens huis met de gebroken ruiten en daken. De Duitsers spreken van terroristen en heel veel mannen vluchten naar Oldeberkoop. Om 9 uur laten ze de brug nog weer springen. Twee knallen. De meeste ruiten zijn er uit. Grote schade is aangericht. Het is ontzettend. Het lijkt net alsof Gorredijk gebombardeerd is. Ook een brug die verder ligt gaat er nog aan. Daar zakken huizen geheel in en zo hebben ze in Gorredijk 4 bruggen laten springen. Daar komen vijf wagens met Duitsers aan, doch die kunnen niet meer over de brug. Ze nemen noodgedwongen een praam en gaan daarmee over de vaart. Ze zeggen dat de Canadezen in Beetsterzwaag zijn en we zijn doodsbenauwd en zijn blij, dat ze aan de overkant zijn. In Langezwaag zijn de Canadezen echter en daar gaan ze nog aan het vechten op een kwartier afstand van Gorredijk. Twee Duitsers gedood, de andere gevangen en zo hebben we dan toch de laatste Duitsers gezien. Zaterdagmiddag zijn de eerste Canadezen hier door gegaan. Ze vertellen, dat de Duitsers op weg waren naar Gorredijk met overvalwagens en vlammenwerpers. Gelukkig zijn we hiervoor gespaard gebleven. (foto boven: Canadese gevechtswagens passeren Tijnje, omstreeks medio mei 1945)

Zondag 15 april

Er gaan weer heel veel Canadezen door en we voelen ons nu geheel vrij. Wat een overwinning! Ondergedoken Joden en jonge mannen zie je hier en daar verschijnen. Het alsof je herboren bent. Je durft weer vrijuit te spreken en fietsen. Het lijkt wel alsof het overal zondag is. De mensen hebben geen zin in hun werk. Woensdag 18 april wordt Gerke Numan met militaire eer begraven. Zijn kameraden dragen de kist en deze is gedekt met de Oranje-vlag, waarop staat: Voor Koningin-Vaderland.



Donderdag 19 april

Er komen een 700 Canadezen, die worden ingekwartierd. Wij hebben er 15 boven, in de keuken en de bakkerij. 't Is een drukte van belang. Wij slapen 's nachts met ''losse'' deuren, en voelen ons toch gerust. Ze zullen zeven dagen rusten, doch in de nacht van vrijdag op zaterdag horen we, dat ze aan het koken zijn en dat de jongens op zolder aan het inpakken gaan. Wij staan om 5 uur op en horen, dat ze zo spoedig mogelijk vertrekken. Waarheen? Zeker naar een plaats, wwar de geallieerden het niet kunnen houden. 't Zijn hier allemaal gevechtswagens en zo zien we deze jongens, allen vrijwilligers, spoedig weer vertrekken. Wanneer wordt Holland nu bevrijd?? De Duitsers hebben de Afsluitdijk op 2 plaatsen laten springen en daardoor loopt de Wieringrmeerpolder onder water''. (foto links: Duitse krijgsgevangenen begeleid door Canadezen passeren Tijnje, omstreeks medio 1945)



Hieronder de dagboekaantekeningen van Dineke Oosterhout, jong 19 jaar, die evenals Sjouk Mesman betrekkelijk dicht bij de Hoofdbrug woonde.


Zaterdag 7 april

''Prachtig weer. Als het zo blijft doe ik het ervoor. Weer allemaal vliegtuigen. Jabo's (jachtbommenwerpers) en jagers. Waarschijnlijk de nieuwe Mosquito's. Wout (Oosterhout) ligt op het hok, op zijn rug te kijken. Vernomen is, dat in overall's geklede, gewapende mannen bij fietshandelaar Teye Humalda spullen hebben meegenomen.

Zondag 8 april

Heb foto's van Deanne Durbin ingeplakt. Wanneer zouden we weer eens een film van haar te zien krijgen? De geallieerden hebben parachutisten uitgeworpen in Drenthe. De ''Engelsen'' zitten al in Meppel. Weer telkens vier Engelse jagers in de lucht. Een troep Duitsers in Kortezwaag. Ze durven niet verder te trekken. 's Middags in Kortezwaag met Hans en George de Jong gemusiceerd. 's Avonds weer voor Jappie Jongsma (zoon van Andries Jongsma), die in huis was gevlucht voor twee Duitsers. Hij vond de muziek wat fijn. Hij kwam uit Surhuisterveen. 's Avonds om elf uur trekken Duitsers met paard en wagen door Gorredijk. Raar gezicht.... Het deed denken aan mei 1940, maar toen kwamen Duitsers zegevierend binnen en nu allerminst.



Maandag 9 April

Prachtig weer, maar wel wat fris. 's Middags arriveren er vijf, in Duitse uniform geklede Hollanders bij smid Hendrik Heringa (fietsreparatie). Het is een ietwat luguber stel. Toen we 's avonds in bed lagen hoorden we van alles. Nog meer Duitsers trokken door onze plaats. Opeens een kreet van mijn broer Wout: ''O, no moatte jim' e's sjen!''. Wij er uit. Er hingen allemaal lichtkogels in de lucht, net een kerstboom. het leek wel of je op een wereldstad aankeek. Ontzettend.... Wat het geweest is weten we nog niet. (Een vliegtuig, een zg. Pathfinder, placht daarmee het te bombarderen doel te markeren). (foto boven: ''Stanfries'' loopt mee in de bevrijdingsoptocht, op de achtergrond de Schansburg.)

Dinsdag 10 april

De lieren zijn van de ophaalbrug gehaald. (lier : hijswerktuig). Jelle van Bakker Hans de Boer kwam het vanmorgen vertellen. Als er nu maar geen represaillemaatregelen komen. Zopas reed hier weer een grote groep Duitsers op de fiets voorbij.


Dineke Oosterhout, op de achtergrond (rechts) De Waag

Woensdag 11 april

Gedurende twee uren achtereen zijn hier Duitsers doorgetrokken vannacht. Richting Heerenveen. De Engelsen hebben een groot deel van Drente en Groningen bezet en nu trekken de Duitsers waarschijnlijk via de Afsluitdijk (op de Vestin Holland) terug. Onophoudelijk rijden er grote, witte, Rode Kruisbussen en auto's met grote witte doeken er aan, wapperend voorbij. In Oldeberkoop worden twee bruggen ''gesprengt''. 's Avonds warm weer. Ik heb een brief geschreven aan mijn klassegenoot Geert Vledder (kweekschool, nu P.A. geheten), maar ik geloof niet dat de post weggaat, maar dan is't niet anders. Vanwege het mooie weer zijn er heel wat mensen ''aan de kuier''. Toen ik onderweg was naar mijn vriend (Hans de Jong), trok voor de lager school (nu Museum Opsterlân, red.) een man uit Smilde de aandacht. Daar heb ik even naar geluisterd. Hij vertelde, dat er in Appelscha circa 40 parachutisten bij de brug stonden. Ze hadden zes Duitsers doodgeschoten. Verder was de avond niet zo amusant, omdat we ruzie hadden.

Donderdag 12 april

Vanmorgen wordt er weer flink geschoten. Ons hele huis aan de Molenwal (later Thom Broekema) dreunt. Verder gaan er alarmerende berichten, dat de brug in Jubbega opgeblazen zal worden. Er wordt nú echter weer beweerd, dat er niets van aan is. s' Middags gewandeld. Betty Otter zag mij gaan en riep of ik zin had om met de heren Koster en De Haan les te geven aan geevacueerde kinderen. We moesten (mijn vriendin Griet de Vries en ik ) dan om zeven uur naar mijnheer Vrijburg gaan (verbleef bij de familie Sijtema). Allemaal Duitsers bij Veltman (nu pand mevr. M van Dam-de Spa). Daar Griet ook wel voelde voor lesgeven hebben we het aangenomen. Nammy (Jongbloed) zou ook meedoen: zij zou het hoofd zijn. We zullen om de andere week helpen.


Albert Jans (rechts) haast zich op 18 augustus 1945 in de tram te stappen. Enkele ruiten van het rijtuig zijn nog vervangen door hout. Rechts: Corry Beenen.

Vrijdag 13 april

Hans en ik zijn naar Oldeberkoop geweest. Het was reuze gezellig. Op de heenreis een lekke band. Verder geen ''malheur''. Toen we in Oldeberkoop aankwamen waren daar, op reeds bevrijd gebied, allemaal Canadese tanks, pantservoertuigen en auto's, natuurlijk met de nodige manschappen. Jelle de Boer en mijn broer Wout waren 's morgens al op weg gegaan. We hebben verschillende tijdschriften in handen gehad waaronder ''The Daily Sketch'', waarin een foto van filmster Ginger Rogers (die leeft dus nog). Ik kreeg drie sigaretten en een zakje thee. Hans, Jelle en ik hebben heel genoeglijk gepraat met twee Canadezen (bij een pantserwagen) van wie de ene gewond was. Hij zei tegen mij: ''You are too yong to smoke'' (Je bent te jong om te roken). Wij hebben hen foto's laten zien van onze band ''The Snake Charmers''. Om circa half zeven gingen we naar het onbevrijde gebied terug.

Nare nacht

's Avonds eerst wat op straat rondstappen. Gorredijk zag er lelijk uit met zijn beplakte ramen. Er gingen namelijk geruchten, dat de Hoofdbrug zou worden opgeblazen. Toen we daarover stonden te praten, kwam politiedienaar Wester naderbij. Wij, onder wie de familie Albert Visser, vluchtten in het huis bij de familie Popma, die iets verder noordwestwaarts aan de Molenwal woonde. Na acht uur 's avonds mocht je namelijk niet meer op straat. Een half uur later zochten we onze eigen woning weer op, maar nauwelijks lagen we in bed of daar had je de poppen aan het dansen. Er gingen bruggen de lucht in! De laatste van de klappen was een ontzettend harde. Wij (mam en ik) uit bed. Ik had mijn trainingspak aan en droeg klompen en ja hoor... daar waren de moffen bij onze brug bezig, wat een spul! We hoorden buurman (Jelle) Popma met een paar Duitsers praten en wij eruit. We hoefden niet bang te wezen, want bij Popma gingen de ramen er toch niet meer uit, werd er gezegd. Maar dat liep allemaal wel even anders dan men dacht. Ineens een gerikketik. Wij naar ons eigen huis (bakkerij Oosterhout) terug. De Ondergrondse begon te schieten. Een stilte. Commentaar van mam: ''Se binne allegearre dea!'' Maar ho maar. De Duitsers begonnen ook te schieten. Na twee uren in angst gezeten te hebben en knallen om je een aap te schrikken en geschreeuw van de moffen: Alle Fenster einschiessen!'' en dergelijke hadden eindelijk de moed, op straat te komen. Wat een ravage! Alle ruiten stuk, bij ons geen pan op het dak, een laag modder van wel een decimeter in achterhuis en kamer. We konden haast de moed niet opbrengen om met het opruimingswerk te beginnen. We hebben er maar een beetje aan gedaan en kregen ondertussen bezoek van Jacob (van meester) de Wit, Rommie (van Hans) de Boer, haar moeder mevrouw Jitske de Boer- de Jong en nichtje Alie de Jong uit Heerenveen, die koerierster was. Er heerste op dat moment grote angst over wat er verder gebeuren zou. Alle mannen uit de buurt, waar bakker de Boer woonde, waren al gevlucht. Die dag hebben we het huis ook maar verlaten en bleven die ochtend verder bij de familie Riedstra in 't Weike te Kortezwaag. Rinie Riedstra en ik gingen melk halen in Jonkersland. 's Middags naar het Witte Huis aan de Nieuweweg (Familie George de Jong) en aten daar heel gezellig bruine bonen met spek.

Ook aan de Langewal stonden Canadese vrachtauto's en gevechtswagens na 15 april 1945.​

Opluchting

's Avonds terug naar Gorredijk Er waren naar schatting honderd mannen bezig met het herstel van de Hoofdbrug en met opruimen. Een machtig gezicht. Maar mam en ik waren niet gerust. 's Avonds was er opnieuw alarm. Ditmaal zou een patrouille Duitsers uit Beetsterzwaag op komst zijn. De jongens en de mannen opnieuw weg uit Gorredijk en wij ook weer naar een schuiladres. Gelukkig was het deze keer loos alarm. Het slapen was die nacht erg onrustig. Van tijd tot tijd kon je schoten horen, waarschijnlijk door leden van de wat zenuwachtige patrouillerende Ondergrondse.


'Uit de Woudklank mei '45

Zondag 15 april

Druilerig weer. Vlaggen! Lange rijen tanks en Canadese auto's door Gorredijk. Fijn gezicht! Jan (van Marten) Sijtsema loopt in triomf met het radiotoestel over straat. N.S.B.ers worden opgehaald. Onrustige dag! 's Avonds een lange rij van wel circa 160 legerauto's en tanks. Handjeklappen met de Canadeeskes''.

(bron: Gorredijk in vogelvlucht, Hans de Jong)