Gorredijk

Terug naar boven

Industrie in Gorredijk in de na-oorlogse jaren

Door Anne Veenstra

Op 5 oktober 1939 werd ik leerplichtig want op die dag werd ik 6 jaar. Omdat een schooljaar van 1 april tot en met 31 maart liep kon ik pas op maandag 1 april 1946 naar school. Dat gebeurde in Appelscha Derde Wijk (thans Ravenswoud) en daar schreef ik zo goed mogelijk de eerste letters en cijfers met een griffel op een lei. Als de juffrouw je had gecomplimenteerd met je geleverde prestaties dan was haar slotwoord altijd : “Dan mag je nu met je sponsje de lei keurig schoonmaken”. Niets van mijn eerst geschreven letters of cijfers is dus bewaard gebleven!
 

Op 11 mei 1946 verhuisden we echter naar Kortezwaag en daar mocht je met een potlood een tijdje op papier oefenen en als dat naar wens gelukte mocht je overschakelen op de kroontjespen. Helaas werd er op de lagere school nog geen gebruik gemaakt van houtvrij papier waardoor de kroontjes- pen regelmatig bleef haken achter de houtsplintertjes en het gevolg daarvan was dat er geregeld een vlek inkt op het papier kwam. Om 12 uur hoorden we in school regelmatig de sirenes van de fabrieken aan de Stationsweg. Als ik me goed herinner klonken ze een kwartier na elkaar, in elk geval beëindigde “Voltawerk” de werkzaamheden om 12 uur. Dat weet ik omdat mijn vader daar werkte en hij was een van de werknemers die tussen 12 en 1 uur zijn warme maaltijd thuis nuttigde. Een groot aantal bleef op het werk om daar de boterhammen te verorberen, die sommigen verpakt in de krant van gisteren meebrachten. De meesten hadden daarvoor echter een trommeltje, waar ooit eens wat anders in was verpakt.
 

Zowel Voltawerk als Fa. J.I. de Jong, beter bekend als de “kannefabryk” ,waren familiebedrijven, die hun producten leverden aan de zuivelindustrie. In het “Nieuwsblad Opsterland” van 18 maart 1919 staat een verzoek van “N.V.Voltawerk” om op het perceel kadastraal bekend gemeente Opsterland, sectie B, nummer 2038 een technische apparatenfabriek te mogen oprichten. Op 8 april 1920 meldt “De Woudklank” (voorheen Nieuwsblad Opsterland) dat het kantoor, het magazijn en de werkplaats van “N.V.Voltawerk” zijn verplaatst naar de nieuwe fabriek aan de Stationswe
 

Voltawerk

Leemburg en Pietersma   

Directeur Freerk de Boer, die aan het begin van “Velde’s Wykje” in Kortezwaag woonde, slaagde er met de “Pasteur Freerk de Boer” in de Europese markt te veroveren en zoon Ir. Geert de Boer slaagt er nadien zelfs in nog meer landen en werelddelen te veroveren met de Gerdykster produkten. Als de basis te smal wordt voor expansie wordt er gefuseerd met Van der Made en De Vries in Grou en wordt de naam “Volma” aangenomen. Nog weer later wordt het “Stork Volma”, daarna “Stork Friesland”. Thans is op dezelfde plek de naam “Voltawerk” terug gekeerd, zij het dat het er nu heel anders uitziet en een woonzorgcentrum is geworden.


 

    Veel eerder ontstond al “Firma J.I.de Jong”, want in 1859 begon aan de Hoofdstraat Johannes Imke de Jong met zijn koperslagerij. Sinds de komst van de zuivelfabrieken (1880-1890) stapte men over op het maken van vertinde melkbussen en in Gorredijk staat de fabriek aan de Stationsweg daarom beter bekend als “de kannefabryk”.
 

In 1937 kwam de bouw van een nieuwe fabriek aan de Stationsweg, dichtbij het tramstation,klaar. De productie breidt zich uit met o.a. constructiekratten en het productieproces wordt uitgebreid gemoderniseerd. Als in 959 het 100- jarig jubileum wordt gevierd verschijnt het fraaie boekwerk “Een eeuw weerspiegeld in metaal”, onderhoudend geschreven door S.J.van der Molen uit Drachten. De directie bestaat dan uit vader Joh. de Jong en zijn zonen J.F. (Freddy)de Jong en J.(Jan)G. de Jong.
 

Directie v.l.n.r J.F., Joh. en J.G.de Jong en productie medewerker Hendrik Bakker uit Kortezwaag. Gorredijk kende na de Tweede Wereldoorlog nog drie grote fabrieken, namelijk de twee kinderwa- genfabrieken van Jonkers en Koelstra en “it houtsjefabryk”, de fabriek van De Vries, waar o.a. kozijnen werden gemaakt. Helaas hielden Jonkers (anno 1906) en De Vries (1924) geen stand, maar het familiebedrijf van Koelstra levert al vanaf 1934 veel producten, waarin de pasgeborenen kunnen worden vervoerd.

In onze lagere schooltijd gingen we in de “ vliegertijd” wel naar de “houtsjefabryk” om afvallatjes. We probeerden dan in contact te komen met de voetballers van Gorredijk, Rintje Nauta en Fedde van der Veen en via hen kregen we waar we voor kwamen. Even vliegerpapier halen bij Wiebe Moll, touw bij Anne Geertsma en spoedig steeg vanuit een nabij gelegen weiland de vlieger de lucht in. Een paar maal per week hing er een heerlijke lucht boven Gorredijk. Dan was of Brons of Otter aan het koffiebranden. Brons aan de Hoofdstraat en Otter aan de Kerkewal produceerden niet allen koffie, mar ook thee. Bij Brons kon je ook terecht voor jenever en beerenburg, maar ook voor limonadesiroop! Van Otter herinner ik me de advertenties in “It Kymke”(De Woudklank)als “Otter’s thee gaat er mee” en “Nog beroemder dan de stier van Potter, is de Congo-thee van Otter”. Ook kon je bij de producten van Otter plakplaatjes, een nieuw fenomeen , krijgen. Mijn vrouw Sytske heeft nog een drinkglas met alle plakplaatjes, die ze er als kind heeft opgeplakt.   
 

Fokke de Vries achter de toonbank bij Brons   

Koffiebranderij Otter