Gorredijk

Terug naar boven

Kermis Herinneringen 1947

Herinneringen van vechtpartijen en eikelzoeken 


 

Nu de „Gordykster Merke" weer tot haar oude glorie schijnt te zijn teruggekeerd, verwijlden mijn gedachten bij vroeger, toen de jongenskiel nog over mijn schouders gleed. En in bonte kleurige rij doemden de beelden voor mijn oog op. Ik was geen Gerdykster en menige veldslag werd tussen mijn school en die van Gorredijk geleverd, omdat ons de toegang tot de kermis door de jongens van Gorredijk werd ontzegd. Het was hun kermis. En hoe trok ons hart al naar de voorbereidingen van het vele schoons, dat het jongensoog in de kermis ontwaart. Mee te mogen zwoegen en sjouwen, te helpen bij de opbouw der attracties, was een voldoening, welke ons menig pak slaag deed riskeren, wanneer wij althans alleen waren en daardoor geen gemakkelijke prooi voor enige „Gerdyksters" waren. In die tijd werden ook de grote veldslagen geleverd tussen de scholen. Na schooltijd, soms ook reeds daarvoor werden de gelederen, onder leiding van enkele jongens uit de hoogste klassen, geformeerd en in kolonne marcheerden wij de Nieuwe Weg langs naar Gorredijk, onder het zingen van ons strijdlied: „Koartsweagsters, Koartsweagsters binn' wy, dêr binn' de Gerdyksters mar jonkjes by'. De tekst van het strijdlied der Gorredijkster was weinig anders. De beide eerste woorden werden vervangen door „Gerdyksters" en klaar was kees.


 

Niet zelden kwam het daarbij tot een treffen, al bepaalden de ontmoetingen zich ook wel tot een scheldpartij. Doch af en toe vloeide er bloed- en daarmee werd dan de aangedane schande welke een der jongens had ondergaan, uitgewist. Klompen, riemen, stokken, stenen, scheldwoorden, ja zelfs eens een oud geweer, dat de drager werd afgenomen, of een oude sabel waren de wapenen. Menige klomp, in het heetst van de strijd door de vluchtende partij achtergelaten, werd als oorlogsbuit geconfiskeerd. Met dat al voelde geen enkele Kortezwaagster zich prettig wanneer hij alleen in Gorredijk moest zijn en bleven ook de Gerdyksters bij voorkeur op eigen terrein. Kortezwaag was rijk aan eikelbomen en om de vruchten hiervan was het alle jongens te doen. Naarstig werden de eikels verzameld en soms voor een enkele ; cent per kop verkocht. Het daarvoor ontvangen geld diende als „merkejilt", middageten (het stuk koek na schooltijd werd soms vergeten. Menige broek en of'kiel bezweek bij de pogingen in de bomen te klimmen. De ontvangst na zo'n tocht door moeder was niet altijd even prettig. . Maar als de „Gerdyksters" op „ons" terrein kwamen was alles weer vergeten. Ook dan werd niet gedacht over kapotte kleren, doch gold als eerst wet, hen te verdrijven, wat soms wel, soms niet gelukte.


 

Thans is dit alles niet meer aan de orde. Eikels worden niet meer gevraagd of gezocht. Ook de vechtpartijen behoren tot het verleden. Door de invloed van ouders en onderwijzers is dit „gebruik" uitgestorven. Gorredijk en Kortezwaag hebben elkaar gevonden in velerlei opzicht. De grenzen der beide dorpen vloeien in elkander over. In feite is het zo, dat Gorredijk en Kortezwaag (voor wat betreft de kom van laatsgenoemd dorp) één zijn. Vele „Gerdyksters" zijn in de loop der jaren naar elders vertrokken. Het staat echter wel vast dat talrijken hunner hun „merke" niet vergeten. Voor zover zij niet aanwezig kunnen zijn, zullen zij in gedachten de kermis stellig mee beleven.

(uit de Heerenveense courant 28-10-1947)