Gorredijk

Terug naar boven

J.H. Poppinga



J.H_.Poppinga_.jpg
J.H. Poppinga geb.1896, Werd op 1 september 1937 benoemd tot burgemeester van Opsterland. Op 14 december 1939 werd hij benoemd tot lid van de proviciale staten van Friesland. Op 16 juni 1940 benoemd tot voorzitter waterschap de Meeuwmeer te Opsterland. Op 20 november 1943 werd de heer Poppinga opnieuw benoemd tot burgemeester van Opsterland, in die periode daarvoor had de raad het vertrouwen in hem opgezegd. Bij wege van rechtsherstel is later bij K. B. eervol ontslag verleend aan de heer J.H. Poppinga als burgemeester der gemeente Opsterland, gerekend met ingang van 1 Mei 1947.

's Gravenhage, 30 Juli. By Kon. besluit van 28 Juli is met ingang van 1 September 1937 benoemd tot burgemeester der gemeente Opsterland de heer J. H. Poppinga, met toekenning van gelijktijdig eervol ontslag als burgemeester der gemeente Idaarderadeel. De heer Poppinga werd in 1896 te Makkinga geboren en bezocht aldaar de lagere school, vanwaar hij overging naar de M.U.L.0.-school te Wolvega. Nadat de heer Poppinga ook nog enige jaren op de z.g. normaalschool voor opleiding tot onderwijzer in Oosterwolde was gegaan, volgde een aanstelling tot ambtenaar op de secretarie der gemeente Weststellingwerf. Na de gemeente Weststellingwerf diende de heer Poppinga de gemeente Capelle aan den IJsel, om vervolgens weer naar Weststellingwerf terug te keren en wel als adjunct-commies, welke functie hij ook nog in Drente's hoofdstad Assen bekleedde. Van daar werd hij benoemd tot commies, chef ter secretarie van Schoterland, welke betrekking hij 1 Maart 1934 verwisselde met het burgemeesterschap van Idaarderadeel. De korte periode welke burgemeester Poppinga in Idaarderadeel heeft doorgebracht, is tóch nog lang genoeg voor hem geweest om veel en productief werk te doen. Zo is het geheel nieuwe rioleeringsplan verwezenlijkt en zijn tal van wegen met bomen beplant. Voorts kwam de demping van een gedeelte van de haven te Roordahuizum tot stand en werd daar een geheel nieuwe walmuur gebouwd. Voorts heeft burgemeester Poppinga voor de werklozen in Idaarderadeel heel wat gedaan door het zoeken van werkverschaffingsobjecten, welke in uitvoering gingen. De heer Poppinga nam ook in het maatschappelijk leven een vooraanstaande plaats ln. Zo was hij te Grouw voorzitter van de Nutsteekenschool, bestuurslid van de Vereniging voor Vreemdelingenverkeer, bestuurslid van de Prov. Friesche Vereniging voor Vreemdelingenverkeer en lid van de Provinciale Luchtbeschermingscommissie.

 

Een burgemeester waartegen men bezwaar heeft (1946 Nieuwsblad van het Noorden)

Zoals bekend, was rondom de herbenoeming per 1 Aug. van den heer JH. Poppinga tot burgemeester van Opsterland, rumoer gerezen, daar de gemeente bezwaar meent te moeten maken tegen diens houding tijdens de bezetting. De tijdelijke raad der gemeente heeft een deputatie naar Den Haag gezonden om daar de gerezen bezwaren uiteen te zetten. Bij een onderhoud met den Secretaris- Generaal Prinsen bleek, dat ook deze gang van zaken betreurde, doch dat het onmogelijk was den heer Poppinga op grond van het Zuiveringsbesluit ontslag te verlenen.

Onder groote belangstelling de publieke tribune was tot in de uiterste hoeken bezet werd gisteravond 'in een buitengewone raadsvergadering het resultaat der besprekingen van de deputatie te Den Haag behandeld. Daar het ministerieel besluit tot herbenoeming van den heer Poppinga blijkbaar niet ongedaan gemaakt kan worden, besloten de wnd. burgemeester Roorda (C.P.N.), de wethouders en de raadsleden eenparig hun mandaat neer te leggen. Dit heeft o.m. tot gevolg dat de nieuw verkozen gemeenteraad niet geïnstalleerd kan worden, daar de oude (nood) raad de geloofsbrieven der nieuw verkozenen zal moeten onderzoeken.

Hedenochtend verscheen de heer Poppinga op het gemeentehuis om zijn taak te hervatten. Over het algemeen wenste de gemeente echter geen contact met hem. De ambtenaren, die de mening der bevolking delen, onderhouden slechts het noodige ambtelijke contact




1947 


Mevr.Poppinga_.jpg
Op 1 september 1937 werd de heer J.H. Poppinga als burgemeester van Opsterland geinstaleerd. Hier bieden twee meisjes van de school in Beetsterzwaag mevrouw Poppinga bloemen aan.


gezin_Poppinga.jpg
Op 1 september 1937 werd de heer J.H. Poppinga als burgemeester van Opsterland geinstaleerd. Hier arriveert de nieuwe burgervader met zijn vrouw en twee zoons bij een bijeenkomst. De foto zou volgens de bijgeleverde beschrijving in Gorredijk zijn gemaakt, zie de nutsspaarbank op de achtergrond. (foto's via Fries fotoarchief)


De installatie van Burgemeester Poppinga. Gistermorgen is de heer J. H.Poppinga, oud-burgemeester van Idaarderadeel, in een plechtige raadszitting op het Gemeentehuis te Beetsterzwaag, geïnstalleerd als burgemeester van Opsterland. (1 september 1937)

De burgemeester spreekt te Gorredijk zijn dank uit voor de hem aldaar gebrachte hulde.1937


 

De start van de eerste na-oorlogse gemeenteraad verliep niet zoals gewenst. Oorzaak daarvan was de herbenoeming van de heer J. H.Poppinga tot burgemeester. De raad nam daar geen genoegen mee omdat hij, zoals de heer Hellinga het uitdrukt „onvoldoende ruggegraat had gehad tijdens de bezetting". Het gevolg was, dat het complete gemeentebestuur in staking ging. Deze „affaire Opsterland" heeft destijds veel stof doen opwaaien. Op 1 mei 1947 werd W. Harmsma tot burgemeester benoemd als opvolger van de heer J. J. G. S. Falkena, die een jaar lang regelingscommissaris was geweest. „Doe koenen wy einlik ek wethalders bineame. Ik waerd der ien fan. Der moast doe hiel hwait barre. It wurk hie praktysk twa jier stil lein", vertelt de heer Hellinga. Tot 1958 bleef hij wethouder.

 

Hoe een rebelse gemeente een 'krachtig en flink regent' op de knieën kreeg Raad Opsterland staakte in 1946 burgemeester weg door Kerst Huisman

LEEUWARDEN - De affaire in Smallingerland roept herinneringen op aan de burgemeesterskwestie, nu ruim veertig laar geleden in de zuidelijke buurgemeente Opsterland. Daar waar het tot een heuse staking van de gemeenteraad, omdat men een burgemeester niet meer wilde. J.H.Poppinga, de man om wie het ging, keerde inderdaad uiteindelijk niet terug. Hij werd na veel herrie eervol ontslagen. Het lukte hem niet weer een ambtelijke betrekking te krijgen, hoewel hij naar diverse vakante burgemeestersbetrekkingen solliciteerde. Na jaren werd hij rij-examinator. In Beetsterzwaag, dat wel, want daar was hij, ondanks de voor hem zeer teleurstellende gang van zaken, blijven wonen.

Toch werd de vriie democraat Poppinga, die in 1937 ziin voorganger Bleeker in Opsterland opvolgde, bij zijn benoeming gezien als „een krachtig en flink regent." De in Ooststellingwerf geboren Poppinga had gewerkt op de gemeentesecretarieën van Weststellingwerf, Capelle aan de IJssel, Assen en Schoterland, voor hij in 1934 werd benoemd totburgemeester van Idaarderadeel. Daar deed hij het blijkbaar zo goed, dat hij waardig werd bevonden de burgemeesterspost in de rode en lastige gemeente Opsterland te bemannen.

Van belang was vooral in de ogen van de toenmalige commissaris der koningin in Friesland, baron Pieter van Harinxma thoe Slooten, dat de nieuwe burgemeester was opgewassen tegen brutale raadsleden en wethouders. Dat sloeg zonder twijfel op het incident in februari 1934 in de Öpsterlandse gemeenteraad, waarbij de communist Gerrit Roorda doorburgemeester Bleeker het zwijgen werd opgelegd, waarna Roorda hem beledigde. Er kwam een rechtszaak uit voort.

Poppinga werd na de bevrijding het middelpunt van een tot in Den Haag doorklinkende kwestie. Het ministerie van binnenlandse zaken vond dat de Öpsterlandse burgemeester, die op ziin post was gebleven tot hij in juli 1944 onderdook, wel mocht terugkeren in zijn ambt, maar de Öpsterlandse illegaliteit dacht daar anders over. Eind maart en begin april 1945, nog tijdens de bezetting, kwam het verzet tot de conclusie, datPoppinga, in plaats van voor te gaan in het verzet, alle door de Duitsers bevolen maatregelen had uitgevoerd, zonder te trachten, deze te dwarsbomen, en dat hij daarom beter voorlopig niet kon terugkeren.

Poppinga arriveerde op 15 april 1945 weer in Beetsterzwaag. Van zijn Drentse onderduikadres was hij op de fiets de oprukkende Canadezen gevolgd. Hij werd op het gemeentehuis ontvangen met de mededeling, dat er al een nieuwe burgemeester was: de door het Militair Gezag benoemde dr. Henk van der Wielen. De kort na de bevrijding ingestelde Friese Zuiveringscommissie voor Burgemeesters wist echter na een uitgebreid onderzoek opmerkelijk veel goede dingen over Poppinga te melden. Zo had hij de ondergrondse wapens geleverd en Joden gewaarschuwd. Maar de moeilijke, weinig toeschietelijke en autoritaire burgemeester had op de secretarie en in de gemeente weinig vrienden. Bovendien had de verzetsbeweging graag gezien, dat de man principiëler was geweest. Gerrit Roorda, die later loco-burgemeester werd, over Poppinga: „Hoewol't wy fünen, dat der wol minder boargemasters as hy sitten bleaun wienen, wienen wy dochs ienriedich yn üs oardiel: wy woenenPoppinga net wer."

Aandrang

Van der Wielen hield op 1 november 1945 op met het voorzitterschap van de raad. De inmiddels ingestelde tijdelijke gemeenteraad onder aanvoering van Roorda bleef tegen de terugkeer van Poppinga. Het feit dat de Öpsterlandse raad nu werd geleid door een communist, heeft mogelijk een rol gespeeld bij de aandrang vanuit Den Haag, om toch maar weer, al zou het maar voor een tijdje zijn, Poppinga in zijn ambt te herstellen. En zo werd meegedeeld.

De reactie in Opsterland was niet mis. Er volgden twee spoedvergaderingen van de raad, die eensgezind, op voorstel van ARvoorman Durk Hellinga, besloot de werkzaamheden neer te leggen. De Öpsterlandse raad staakte.

Op 1 auguatus 1946 keerde Poppinga terug als burgemeester, maar hii was de enige gemeentebestuurder. Omdat nij geen raad meer had, besloot hij zich in het openbaar te verdedigen in een ingezonden brief in de Heerenveense Koerier. Die brief verscheen op 9 augustus 1946. Hij wees onder meer op het feit, dat bij de zuivering was gebleken, dat hij „nimmer" aan Duitse maatregelen had medegewerkt. Hij beschuldigde „bepaalde personen" uit de voormalige illegaliteit een campagne tegen hem op touw hadden gezet, om koste wat het koste, zijn terugkeer te verhinderen.

De redactie van de Koerier merkte naar aanleiding van Poppinga's brief op: „Er staan in de brief sommige behartenswaardige, doch ook wel sommige aanvechtbare dingen. Wij geloven echter, dat de schrijver een belangrijk punt over het hoofd ziet; dat is, dat in deze na-oorlogse tijd een magistraat nog iets meer nodig heelt dan een gunstige uitspraak van de Zuiveringscommissie. Wij bedoelen: het vertrouwen van de bevolking."

Ook het voormalig verzet reageerde. Poppinga was, zo werd gesteld, ondergedoken, niet om principiële redenen, maar toen hij voor zichzelf gevaar meende te zien. „En dit is net waarom de gemeente Opsterland haar eerste burger niet terugwenst: onder het mom van het gemeentebelang eerst te dienen, liet hij het eigenbelang prevaleren." De raadsleden W. Postma, Roorda en Hellinga merkten in een reactie onder meer op: „U beschouwde het als Uw plicht om aan te blijven alsburgemeester, 't Is mogelijk. Doch wij vragen slechts: zou eenburgemeester, die zijn plicht verstond, zolang door de Duitsers zijn gehandhaafd?



Meer foto’sLaatste foto’s