Gorredijk

Terug naar boven

Sparen in mijn jongensjaren

1.jpg

Door Anne Veenstra


Met bewondering en verbazing luister ik zo nu en dan naar de vocabulaire van mijn vijf “pakesizzers”. Volgens mij is hun woordenschat vele malen groter als die van mij en mijn school- en dorpsgenoten in de veertiger jaren van de vorige eeuw. Het woordje “sparen” hoorde ik eigenlijk voor het eerst na onze verhuizing van Appelscha Derde Wijk naar Kortezwaag. (1946). Zoals gebruikelijk in die tijd begon het weekend altijd op zaterdag na 12 uur in de middag. Wij kwamen om 12 uur uit school en mijn vader kwam , met weekloonzakje, na het sirenegeluid op de fiets vanaf Voltawerk. Het loonzakje werd geopend, mijn broer en ik kregen beide een kwartje en de rest werd in bewaring gegeven bij Mem. Daarna werd er aan de warme maaltijd begonnen. Die bestond niet, zoals op de andere zes dagen van de week uit aardappelen en groente, maar vaak uit bruine bonen, kapucijners, rijst, snert, pannenkoeken of dikke bofferd . De enige gelijkenis was de warme brij na de hoofdmaaltijd. Tot de uitvinding van de yoghurt hebben wij altijd warme melkpap (rijst, havermout, griesmeel, sûpenbrij) als “toetje” gegeten. Alleen op zondag maakte Mem heerlijke pudding! Na de maaltijd ging Pappe meestal naar de bijenstal, tuin of de knutselschuur en één van ons tweeën werd aangewezen om Mem bij de afwas te helpen. Daarna zetten wij het op een lopen naar de
2.jpgHoofdstraat in Gorredijk, waar de spaarbank van de Maatschappij tot Nut van ’ t Algemeen, de Nuts- spaarbank was gevestigd. Daar moest het kwartje naar toe worden gebracht dat mijn vader uit zijn loonzakje aan ons had uitgereikt. We gingen door de voordeur naar binnen en liepen bijna tot het einde van de hal, waar we via de deur links in de wachtkamer met houten banken belandden. We waren niet de enige kinderen, die hun muntje bij de bank kwamen afleveren en daarom was het soms een lange zit voordat jij aan de beurt was. Enkele grote en brutale jongens van de Gerdykster scholen drongen ook vaak voor als de deur door meneer of mevrouw Dunant voor de volgende klanten werd geopend. Het was beslist een nadeel dat ik toen zo bescheiden en bleu was! Eenmaal in de indruk makende spreekkamer werd je geholpen door meneer Gerrit Sijtsema of meneer of mevrouw Dunant. Keurig werd je gebrachte geld bijgeschreven in je spaarboekje en eenmaal per jaar kreeg je een leesboek uitgereikt , waar voorin met sierlijke letters stond geschreven dat je een trouwe spaarder was en daarvoor werd beloond met het boek. Ook herinner ik me acties, waarbij je wekelijks een plaatje van een Nederlandse molen kreeg, die je op een verzamellijst kon plakken. Naast het sparen bij de Nuts Spaarbank maakte ik ook kennis met andere vormen van sparen. Het begon met het sparen van sigarenbandjes, die in een vol schoolschrift dat mee naar huis mocht werden geplakt. Elke sigaar rokende voorbijganger werd gevraagd naar het sigarenbandje en bij ons in de straat waren buurman Popke de Vries, de veehandelaar en Willem Jonker van de betonindustie fervente sigarenrokers!
 

3.jpg4.jpg

Een grote wens van mijn broer en mij was een bezoek brengen aan een kampioenswedstrijd van “Heerenveen”, maar omdat mijn vader totaal niet van voetbal hield leek onze kans klein. Maar kijk, op een dag mocht mijn broer toch met mijn vader mee naar Heerenveen – NEC. Bij thuiskomst zei mijn vader : “Dit is eens en nooit meer! Auke heeft tijdens de wedstrijd alleen maar gelet op sigaren rokende heren en gevraagd of hij het sigarenbandje mocht!!” Een echte spaarrage ontstond er toen de plaatselijke kruideniers Wiebe van der Wijk en Geert Teyema voetbalplaatjes bij de kauwgum gingen verkopen! Eerst zat er bij elk ballon gum een spelersplaatje en het vervolg was elftalfoto’s. Wat hebben we wat om een dubbeltje lopen smeken en wat wilden we graag boodschappen doen of lege flessen naar Teyema of Van der Wijk brengen!

 

5.jpg6.jpg

Elke keer als een vriendje een pakje kauwgum mocht kopen stonden er veel jongens buiten de winkel te wachten met de ruilplaatjes. Hopelijk had de koper het plaatje al en jij niet! We leerden veel over clubs en spelers in het begin van de jaren vijftig. De albums waar de plaatjes in geplakt moesten worden waren natuurlijk leuke Sinterklaas- of verjaardagscadeautjes. Mijn album is opgesierd met de handtekeningen van de Heerenveen-keeper Tieme Veenstra en de GVAV-verdediger Henk Drewes. Sport werd een belangrijk deel van mijn leven en ook het volgende spaaralbum had er mee te maken. Bij elk pakje Planta margarine werd in 1952 een foto geleverd van de Olympische Spelen in Helsinki. Bij de kruidenier lag gelukkig een stapel plaatjes en als ik de boodschappen deed voor mijn moeder dan kon ik zelf een ontbrekend plaatje uitzoeken. Het bleef uiteraard wel sparen en er verstreken heel wat weken voor je gezin voldoende boterhammen had gesmeerd en jij de plaatjes dus compleet had.

 

7.jpg 9.jpg

In de “Verloopsteeg”, waar ook Wiebe Trip met zijn houten been en Jaring Moll, de pake van Anton en Henk woonden, woonde mevrouw Holleman. Bakker Verloop woonde toen dichtbij de slagerij van Siene Hes en daarachter stonden een aantal woninkjes. Mevrouw Holleman kwam elke zaterdagmiddag met haar koffer met negotie bij ons aan de deur . Mijn moeder kocht minimaal een rol FAAM- pepermunt, want bij die pepermunt waren plaatjes met de vlaggen van alle landen en dat was mijn volgende spaarobject. Wekelijks kreeg ik een nieuwe vlag en toen ik alle 101 vlaggen
 

8.jpg10.jpg11.jpg

bijeen had herkende en kende ik ze ook allemaal! Voor al deze vlaggen had Faam een album laten maken en dat album heb ik net als die van Maple Leaf en Planta nog steeds op boekenplank staan. Op die plank staat ook “Ik weet het”. Na de Planta schakelden we weer over op de vertrouwde Blue Band margarine. Aan elk pakje boter zaten aan een korte kant punten getekend, die je kon sparen voor de plaatjes van de jeugdencyclopedie. De punten moest je op een formulier plakken en als   

 

12.jpg13.jpg

je een voorgeschreven aantal had opgeplakt en opgestuurd dan bezorgde de PTT een nieuw deel bij je thuis. Ik heb veel plezier beleefd aan deze jeugdencyclopedie en een ” pakesizzer” van 11 jaar toont er nu veel interesse in. Je kunt wel raden waar dit nostalgische werkje terecht is gekomen, ondanks het digitale tijdperk! Ik heb ook enkele malen pogingen gedaan om postzegels te verzamelen, maar wellicht is het oneindige van deze spaarvorm mij gaan tegenstaan. Eerst spaarde ik alles, daarna alleen Nederland, daarna alleen sport. Maar nooit zag ik een einde gelijk aan dit verhaal.