Gorredijk

Terug naar boven

Gorredijk Privé

Door Anne Veenstra


                                                           
Het overgrote deel van de inwoners van Gorredijk krijgt geen bijzondere gevoelens bij de naam Kortezwaag, of het moet al haast een sportman/vrouw zijn die fijne herinneringen bewaart aan de sportaccommodatie ter plaatse. Nog geen 60 jaar geleden werd de naam KORTEZWAAG liefdevol uitgesproken door de bewoners uit het dorp met die naam. Er was zelfs een vorm van rivaliteit tussen Kortezwaag en Gorredijk en veel “Koartsweachsters” zagen met lede ogen aan hoe het veel jongere Gorredijk langzaam hun dorp overvleugelde. Waar mogelijk probeerden de “Koartsweach- sters” de “ Gerdyksters” te overtroeven. Met de ijsbaan en het schoolfeest had men bijvoorbeeld kaarten in handen , waarmee Gorredijk werd overtroefd en de “Koartsweachsters” inhaleerden dat met groot genot. Het Plaatselijk Belang Kortezwaag heeft zich heftig te weer gesteld om de plannen van de Gemeente Opsterland voor samenvoeging van beide dorpen tegen te gaan. Er was eerst nog enkele jaren een compromis. Net als bij Wijnjeterp- Duurswoude kwam er met witte letters Gorredijk – Kortezwaag op de blauwe plaatsnaamborden te staan. Deze laatste stuiptrekking heeft niet meer geholpen en wij weten al lang van het bestaan van Wijnjewoude en Gorredijk. In het eerste dorp rest nog de straatnaam Weinterp en in Gorredijk het bovengenoemde sportcomplex.

Haldmoed.jpgEendracht.jpg

Op de foto’s de ijsbanen van Hâld Moed (links) en Eendracht.

De bewoners hebben van oudsher ook veel samengewerkt en dan vooral op het gebied van sport en muziek, twee belangrijke vrijetijdsbestedingen. Veel Gerdyksters verkozen de “smûke” ijsbaan van Hâld Moed boven hun winderige Eendracht bij de kalkovens en voetballers en muzikanten uit Kortezwaag werden allen lid van respectievelijk v.v. Gorredijk en A.A.C. (Ad Altiore Concordia) of Looft den Heer. Ook de toneelvereniging “Ienfâld en Freonskip” trok veel Gorredijksters naar Korte- zwaag, waar het bij café Lingsma ook al “smuk” vertoeven was. De meeste melk werd bij de burgers in zowel Gorredijk als Kortezwaag gedronken door de in Terwispel bij De Volharding verwerkte melk. Daar stonden de gebroeders Kussendrager (Daan en Henk) uit Gorredijk en de gebroeders Dijkstra ( Lammert en Tinus) al ’s morgens vroeg aan de poort om de witte motor daarna bij hun klanten te bezorgen. Daan en Henk deden dat , met behulp van stiefzoon Gerrit, met paard en wagen, Lammert en Tinus met de bakfiets. Wat zullen die twee mannen sterke kuiten en dijen hebben gehad, want de karren waren zwaar beladen met volle bussen. Een krachttoer gelijk de beklimming van de Mont Ventoux lijkt me! Zowel de gebroeders Dijkstra als de gebroeders Kussendrager waren ook na hun zware werk nog op andere manieren actief. Op de foto van A.A.C. zien we Daan Kussendrager met zijn grote tuba en Gerrit van der Walle met zijn klarinet. Daan, Henk en Gerrit gingen ook nog regelmatig met het draai-orgel “de Canadees” , voortgetrokken door hun witte schimmel, door de straten van Gorredijk en Kortezwaag. Vaste fan van het orgel Tjeerd (Cherry) Boorsma was steevast dicht achter het orgel te vinden, al zittende op het zadel steppend met zijn fiets. Anton Stoelwinder heeft in zijn film “Impressie van Gorredijk 1964” de route van de melkrit van Kussendrager en die van de Canadees gevolgd. Tijdens de Sinterklaasvieringen in Schansburg begeleidde Gerrit het kindergezang op de piano. Ook bij de gymuitvoeringen in Zaal Veensma was Gerrit de pianist. Lammert en Tinus Dijkstra, op bijgaande foto samen met dorpsgenoten Jelle Stoelwinder en Willem de Vries verschenen op andere manieren na hun dagelijkse arbeid ten tonele. ’s Zomers ruilden ze hun melkboerenjasje in voor een hagelwit jasje en ze laadden een ijscobak met ijs op een fietskar en weer ging het van huis tot huis. Van verre waren ze al te horen door het luiden van een scheepsbel. Op de ijscobak stonden drie wafelhoorntjes voor het ijs : de kleinste hoorn kostte een stuiver (5 cent, in euro’s 0,02), de langste hoorn kostte een dubbeltje (10 cent, in euro’s 0,04) en het breedste , vierkante moest een kwartje kosten (25 cent, in euro’s o,12). ’s Winters vonden we Lammert en Tinus terug in het “ijsbaanhokje” van de ijsclub, waar ze samen met hun echtgenotes Annigje en Griet de “koek en sopie” verzorgden. Lammert, zelf verwoed visser, kweekte en verkocht ook nog maden. Ik heb op een oude foto Daan en Lammert ook nog samen in één team van v.v.Gorredijk zien staan! Net of gingen er in “die goede oude tijd” meer uren in een etmaal!
muziek.jpg


groep1.jpg
Lammert, Jelle, Tinus, Willem

c.jpgEen goede blijk van samenwerking tussen een Koartsweachster en een Gerdykster toonden Jelle Stoelwinder en Appie Mulder. De ervaren Jelle, woonachtig in ’t Weike , heeft Appie de kneepjes van de dansmuziek geleerd. Jelle trad ook wel alleen op als accordeonist , maar ondersteunde met zijn drumstel bij dansavonden regelmatig een accordeonist . Vooral bij zogenaamde toneelavonden gaf Jelle acte de présence door voorafgaand aan het toneelstuk te spelen, in de pauze de verloting op te vrolijken en na afloop te zorgen voor de muziek bij het “bal na”. Er zijn heel wat steps, walsen, pol- ka’s en polonaises afgedanst op de muziek van Jelle en zijn trawanten!
 

a.jpgb.jpg

Deel 2

In september 1952 wordt mijn wereldje weer een beetje groter. Op 1 april ben ik op de lagere school over gegaan (“bevorderd” stond op het rapport) naar de zevende klas (tegenwoordig zou dat groep 9(!) zijn). In het halve jaar klas 7 worden Eddy, Gerrit en ik middels bijvoorbeeld huiswerk en uitgebreid grammatica voorbereid op de ULO. De zomervakantie duurt voor ons drieën langer dan drie weken, omdat wij pas op 1 september naar het middelbaar onderwijs gaan. Eddy komt in klas 1A en Gerrit en ik in klas 1B. Daarin zitten leerlingen uit Wijnjeterp, Hemrik, Lippenhuizen, Hoornsterzwaag, Beetsterzwaag, Jubbega, Terwispel ,Tijnje, Oudehorne en uiteraard Gorredijk en Kortezwaag. Wat een nieuwe wereld zeg! Mulo.Binne Eppinga, Appie Mulder, Heite Zondervan en Gerrit Postma zijn zittenblijvers en zij zijn bij wijze van spreken onze mentoren. Appie wordt met overmacht gekozen als klassenvertegenwoordiger en Heite valt op omdat zijn elleboog bij gym steeds uit de kom schiet. Ik kom naast Binne te zitten en de komische noot komt van de Bildtker Johan Antonides, zoon van de politieman in Terwispel. Elk dorp in Opsterland heeft minimaal één agent, Gorredijk wel een handvol! Gerard Brons, zoon van één van de twee bekende distelleerders in Gorredijk werd voorbereid op een toelatingsexamen voor de HBS aan het eind van het schooljaar. Meetkunde, Algebra, Frans en Duits zijn de interessante nieuwe vakken en in het begin helemaal niet moeilijk, maar spoedig kom ik er achter dat ik geen wiskundeknobbel heb. Geef mij maar “Jacques est dans le pré” en “An, auf, hinter, in, neben, über, unter,vor und zwischen” ! Ook nieuw is dat we tweemaal per week gym hebben in de gymzaal en dat we op eigen houtje naar de Hoofdstraat mogen fietsen. 


School 1877De fiets wordt trouwens veel intensiever gebruikt, want de afstand naar de lagere school werd altijd lopend afgelegd. Op de fiets mocht niet eens, dat was voor de leerlingen die heel ver weg woonden. Ik ging op de “Moto Bécane”, een Franse fiets die ik van Oom Henk had overgenomen, toen ik in sep- tember voor het eerst met de andere “Koartsweachsters” met de oude aktetas van Pappa achterop naar het fraaie gebouw aan de Stationsstraat ging. Achter de school is een groot grasveld en aan een zijkant een groot fietshok. Op het grasveld had ik wel eens met o.l.s. Kortezwaag een voetbalwedstrijd gespeeld tegen o.l.s.Gorredijk, maar verder was voor mij alles onbekend terrein. Van de leraren had ik meneer Bosveld wel eens meegemaakt op een paddenstoelenexcursie in Olterterp. Deze tocht werd elke herfst georganiseerd door het Humanistisch Verbond, waarvan mijn vader voorzitter was. De excursie stond altijd onder leiding van bioloog/humanist Dirk Dijkstra, leraar aan de Kweekschool te Drachten. Ik heb op die zondagochten- den veel wijsheid opgedaan!
anne_15.jpg
Op bijgaande foto staan alle leerlingen, die in september 1953 in de klassen 1A en 1B zaten. Het kiekje is gemaakt in het zwembad van Dwingeloo. We waren tijdens schoolreis op de fiets op weg naar de jeugdherberg Parkhoeve in Meppel. Er waren twee leraren mee, t.w. Van der Heide en Oosterdijk en nog twee vrouwelijke begeleiders. Van deze schoolreis herinner ik me alleen dat mijn jasje in het fietsenhok van de jeugdherberg is blijven hangen en dat de vader van Sietze Oord, die chauffeur bij de CAV in Jubbega was, hem een paar dagen later weer heeft meegenomen. Voor het eerst in mijn leven maakte ik een jongen van een ander ras mee, namelijk George van Someren, die in Indonesië was geboren en dit land min of meer moest ontvluchten. Een heel aardige jongen, net als zijn zus Coba, die een klas hoger zat. Bij de voetbalclub trof ik later “lotgenoten” van George, namelijk Frits Koomans. John van Zijll en Bennie Kahle. De eerste Indonesische vluchtelingen namen hun intrek in Hotel Veensma en ik herinner me daar nog de etensgeur die wij niet kenden. Wisten wij van nasi en bami, bij ons was het aardappelen en groente of zo nu en dan eens snert of bruine bonen! De eerste lip1.jpgschreden in de vrij tijd werden nu ook buiten eigen dorp gezet, want ik trok er op vrije middagen regelmatig op uit met de “Liphústers” Binne Eppinga (zoon van fietsenmaker Machiel Eppinga) en de zoon van de postkantoorhouder, Sietze Klazema. Zo leerde ik vooral de natuur aan de “Bûtewei”, de Liphüsterheide, het Alddjip en de Sweachster bossen kennen.


Op het grasveld bij school lopen alle leerlingen in groepjes de nieuwtjes of de lesstof te bespreken, onderwijl een boterham of stuk koek etend. Opvallend is het tweetal derde klassers Hielke en Maaike, die hand in hand de pauze op het lip2.jpggrasveld doorbrengen, wat een durf zeg! In de verste hoek van het fietsenhok staan enkele vierde klas jongens een sigaret te roken, je moet maar durven! In die hoek staat ook mijn fiets en ik merk al gauw dat er daar niet alleen gerookt wordt, maar dat er ook wel eens wat vernield wordt aan een fiets. Als de rokers eens betrapt worden proberen ze het een volgende keer gewoon achter het fietsenhok! In de tweede klas brak de studie echt los en we kregen er vakken bij als Physica, Handelsrekenen, Boekhouden en Engels. Mijn drang naar spelen, sporten en buiten zijn won het en daarom mocht ik dit jaar nog eens over doen. Van dat schooljaar herinner ik me nog de dag van de Elfstedentocht, 3 3.jpgfebruari 1954. Er wordt na de lunchpauze iets later gebeld als normaal en als conciërge Tuttel, de voormalige bakker uit Terwispel , de bel heeft geluid en de twee deuren met een vlot gebaar openzwaait, vraagt hij om aandacht. Hij deelt mee dat meester Jeen van der Berg uit Nij Beets de Elfstedentocht in een recordtijd van 7 uur en 35 minuten heeft gewonnen. Gejuich alom!


klas.jpg
Op deze foto staan v.l.n.r. Ekke Foppes, Hans Zwart, Toon Wever, Euwe de Jong, BenEppinga, Dirk van der Zee, \jan de Haan, Kop de Boer, Wiebren de Haan, Jacob Simons, Sietze Oord, meneer Cees Kuiken, Kerst Huisman en meneer Bertus Bootsma. In het midden v.l.n.r. Reina Kamphuis, Anneke Pultrum, Nellie Schulting, Anne Veenstra en Tjerk Veenstra. Vooraan zitten v.l.n.r. Coba de Jong, Thea Ronge, Annie Kussendrager, Imkje de Wal, Tine Geertsma en Antje Duursma. We zijn weer enkele jaren verder, want dit is de examenklas van 1957. De foto is genomen op het grasveld bij school met de zelfontspanner van Ekke Foppes. Meer dan 10 leerlingen van deze klas zijn naar de Kweekschool gegaan en onderwijzer/es geworden! Ondertussen had ik ook een horloge gekregen! Meneer Kuiken kwam als heel jong broekie zo van Het Bildt naar onze school, maar hij verstond zijn vak goed. Meneer Bootsma had er wat meer moeite mee en hij was zo nu en dan afwezig vanwege een migraine aanval. Ik herinner me het vele strafwerk dat hij uitdeelde! Het verschil met de lagere school was dat je nooit eens een draai om je oren kreeg, maar nieuw was voor straf het domweg overschrijven van een paar bladzijden. Bij Duits kreeg je van meneer Wigle Douma enkele bladzijden uit “Neue Bahnen” als je je huiswerk niet goed had uitgevoerd en meneer Jan Sander liet je enkele grote machtsverheffingen uitrekenen! Overigens hadden we vast wel goede leerkrachten, want in mijn vijfjarige ULO-tijd zijn er heel wat gepromoveerd naar een hogere onderwijsinstelling. Ik heb in mijn periode twee strenge doch rechtvaardige directeuren mee gemaakt, t.w. Bergmans en Grolleman. Bergmans had in zijn jeugd Engelse ziekte gehad en droeg daarom om één voet een speciale schoen. Omdat hij ook wat hinkte werd hij “Oege poat” genoemd. De heer Grolleman was naast lesgever ook een man van normen en waarden en kon daar veel tijd aan besteden. Toen hij en zijn vrouw Antje Duursma eens tegen kwa- men in het dorp en die snel fietsend netjes “Daag”” groette, wijdde hij daaraan de volgende dag een les. Hij vroeg Antje wat die moest zeggen als zij hem en zijn vrouw tegen kwam. Die zei ; “Dag meneer, dag mevrouw” . Fout! Het moest zijn “Dag mevrouw, dag meneer”. Ik organiseerde in de klas een voetbaltoto met een stuiver (5 cent) als inleg. Dat liep lekker en daarom stimuleerde ik andere scholieren middels een papiertje in de gang om ook mee te doen. Prompt volgde er een les over Monaco en de mensen die door gokschulden van de rotsen sprongen. De laatste zin van zijn verhaal was : “ En dus, Anne Veenstra, wordt hier op school niet meer gegokt! “ Hij lette ook op goed taalgebruik. In de wintermaanden had ik de organisatie van de uitleenbibliotheek in de klas. Toen de leesperiode zowat ten einde liep, schreef ik op het bord: Alle bibliotheekboeken voor zaterdag a.s. meenemen. Toen de heer Grolleman dit zag staan vroeg hij streng : “ Wie heeft dit op het bord geschreven?” Toen ik de fout niet kon ontdekken stak ik aarzelend mijn vinger op. Hij keek me streng aan en zei: “Ben je nou helemaal van lotje getikt! Hoe haal je het in je hoofd je klasgenoten aan te sporen tot diefstal!” Niemand begreep de directeur en dat luchtte me op. Hij legde uit dat als het de bedoeling was dat alle boeken weer in de kast kwamen er vermeld most worden: Alle bibliotheekboeken voor zaterdag a.s. meeBRENGEN! Van meneer Jan van der Heide leerden we tijdens Duits ook liedjes als “Hoch auf dem gelben Wagen”, “Am Brunnen vor dem Tore”, “Schwarzbraun ist die Haselnuss” etc. Bij Anton Bosveld gingen we volksdansen, terwijl hij op de blokfluit “ ’t Schip moet zeilen “ speelde! Ik heb vier gymnastiekleraren meegemaakt: Zaadstra, Bos , Homme de Boer en als invaller plaatsgenoot Auke Jongsma van gymvereniging Stânfries. Buiten schooltijd regelden Bos en De Boer ook nog wel eens wat voor ons. Bos, die ook gymleraar was in Oosterwolde organiseerde basketballwedstrijden tussen deze twee scholen en we hebben in 1954 en 1956 met de hele school, enkele uitzonderingen daargelaten, deelgenomen aan de 100 km lange schaatstocht “De Zestien Dorpentocht”. Voor deze tocht kon je in Gorredijk starten en via de Kromten ging het naar Langezwaag. Daarna werden Heerenveen, Joure, Akkrum, Grouw , Oldeboorn en Nij Beets aangedaan. Ook hadden we sportdagen met de ULO in Drachten, waar we op de fiets naar toe gingen. Trommeltje met brood en een fles sinas mee, gezellig! Ik herinner me ook een voetbaltoernooi voor (M)ULO-scholen. Bijgaande foto is gemaakt op het toernooi in Grouw. Staande v.l.n.r. zien we Tjeerd Krist, Kees Dijkstra, Ben Eppinga, Piet Hof, Wieger Moll, Gerrit van der Duim, Jan Vonk, Wiebe Veenstra en Homme de Boer. Vooraan zitten v.l.n.r. Koop de Boer, Anne Veenstra en Dirk van der Zee. Tjeerd Krist was hier eerste klasser, maar zijn talent was al bekend. Hij werd later semi-profvoetballer bij S.C. Heerenveen. Voordat hij de ULO verliet was hij al getrouwd omdat hij in meerdere sporten goed bleek te zijn!
vvgorredijk.jpg
In zijn vrije tijd speelde Homme de Boer met nog enkele leraren in een bandje, de Jasbeskermers. Deze band heeft ook eens op een ULO-fuif gespeeld en verder herinner ik me ook nog dansavonden in De Skâns met deze dixielandband. Op zaterdag 29 juni 1957 sloot ik in de Schouwburg te Heerenveen mijn ULO-periode af. Ik deed op die warme zomerse zaterdag, toen Prins Bernhard jarig was en de TT van Assen werd verreden, mondeling examen. In vier talen heb ik over Prins Bernhard en de TT mogen praten! Het was niet helemaal mondeling, want ik moest ook nog een cijfer voor tekenen en schrijven halen. Toen ik aan het einde van de dag met het diploma in de hand thuis kwam lagen heel veel moorkop.jpgbuurtgenoten, waaronder mijn Pappa, in de Opsterlandse Compagnonsvaart te spartelen. Heel de buurt schoof ’s avonds aan toen het boomstammetje van bakker Arjen werd aangesneden. Traditiegetrouw bij verjaardagen werden er ook nu moorkoppen voor de liefhebbers geserveerd. Ook klasgenoten uit Gorredijk en Kortezwaag kwamen feliciteren.

 Deel 3

                                               
Als je heden ten dage door Gorredijk wandelt, dan valt je weinig op aan de passanten, winkelende mensen of weekmarkt bezoekers of het zouden al de allochtonen of moderne mannen met rode, gele of groene broeken moeten zijn. In de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw liepen er veel meer ”kleurrijke” mensen door de straten van Gorredijk en Kortezwaag. Ik zal er eens een flink aantal opnoemen zonder de bedoeling te hebben deze mensen te schofferen, integendeel!
vergulde_turf.jpg
Vanaf mijn zesde woonde ik meer dan 10 jaar aan het Easterein. Daar kwam regelmatig vanuit Jubbega over het jaagpad langs de Opsterlandse Compagnonsvaart lopend een klein mannetje met een raar oog en een stok .We kenden hem niet anders als Anne Kruger, maar ik weet nu dat het zijn echte naam niet was. Hij woonde in een woonwagen in Welgelegen bij Jubbega derde Sluis. Als Anne vanaf de kroeg in Gorredijk opnieuw langs het Easterein liep, dan was dat niet meer met vaste tred. Wij plaatsten dan wel eens een stekelige opmerking en hij dreigde dan met de stok, waarmee hij tegen de (houten) lantaarnpaal sloeg. Hij sliep ook wel eens zijn roes uit in een leegstaand krot aan het Easterein. Een andere markante figuur, die lopend uit Jubbega kwam deed haar naam , mannen.jpg“Dieuwke (Djoeke) met de motor in de kont” wel eer aan. Op klompen liep ze in rap tempo de weg van Jubbega naar enkele werkhuizen in Gorredijk. Wij keken haar altijd vol bewondering na! Een derde kleurrijk figuur , zowel letterlijk als figuurlijk, uit Jubbega was “reade Folkert” met voorop zijn transportfiets de “bollekoer”. In deze korf vervoerde de robuuste veehandelaar pas geboren, nuchtere stierkalveren, waarvan hij de poten had vast gebonden met “bolletouw”.

groetenuit.jpg                                                                                                                                                                             In de laatste woning aan het Easterein woonden twee huishoudings. Eerst Stamhuis sr. (voor) en het echtpaar Klaas Landstra (achter), later echtpaar Jan Klijnstra (voor) en Kieke Welles (achter). Kieke Welles droeg zomer en winter dezelfde zwarte jurk met korte mouwen met daarover een zwarte schort met zakken. Als het ’s winters erg koud was droeg ze over de jurk nog een zwarte omslagdoek met muts. Ze rook verre van fris, dat kun je begrijpen. Als we aan het vissen waren dan maakte Kieke vaak eens een praatje en het rijmpje “Visje, visje biet, Mijn zusje die heet Griet. En als ze dan geen Grietje heet, dan heet ze visje, visje Beet” kwam dan vaak uit haar mond. Verschillende kinderen deden wel eens een boodschap voor Kieke(Fries voor Grietje), tot zelfs naar familie in Jubbega toe! Haar medebewoner Jan Klijnstra had een vrij kort lontje. Als je hem bij het passeren “Bokje” of “Meh” nariep, dan kwam hij je achterna. Hij hield daarom met Henk Moll zelfs al eens een wielerwedstrijd! Van de twee vrijgezelle zusters Popkje en Rinskje Zetzema was de eerste kraamverzorgster en Rinskje, die altijd de stap er flink in had op haar schuin afgesleten klompen, bracht kleuters in het touw naar de kleuterschool. Rinskje trilde erg en had veel huizen waar ze koffie kwam drinken. Beide zussen waren zeer vroom, hetgeen opviel op het Easterein. Als “Frou Kamstra”, die naast kapper Jansen aan de Langewal woonde, aan kwam wandelen, dan legden wij altijd een of meerdere prikjes hout of stokjes op straat, die ze daarna prompt opraapte en onder de schort stopte! Er waren ook nogal wat markante figuren onder de vrijgezellen in Kortezwaag. Wagenmaker Willem Leffering, een geweldig vakman met een duidelijke links-radicale mening kon urenlang filosoferen over hedendaagse problemen en politiek. Vaak waren zijn discussies een monoloog van Willem! Wietze “Bolle” en Tjamme Meeter van de Lijkweg kwamen altijd op de vaste tijdstippen samen op de fiets van hun werk. In zijn vrije tijd fietste Wietze na cafébezoek minder vast door het dorp. Zijn vader werd “Lijsje Kakwang” genoemd in verband met zijn achternaam (Leistra) en de dikke tabakspruim achter zijn wang. Regelmatig vloog er een bruine fluim uit zijn mondhoeken, je moest er dus niet te dicht achter fietsen. Aan de Lijkweg woonden ook de “Melissen”, de drie oud ijzer en lompenhandelaren. Het waren rustige mannen op leeftijd, waarvan je zo nu en dan één trof in de kapsalon van Gerrit “Joad”. Waarom de kapper “joad” werd genoemd kwam wellicht door zijn vroegere zwarte pruik haar, want Jansen was helemaal geen jood. Aan de Lijkweg woonden ook Jelle en Tryntsje de Vries, die beide opvielen door hun wat vreemde monden en onduidelijke spraak en ze hadden stijve ledematen. Na de twee scherpe bochten in de Lijkweg, waar de schoolkring Jonkerslân begon, was tegenover het huis van Piet “Aaike” een zandweg tussen de weilanden. Aan het einde van het zandpad woonden vader en zoon Brandinga. Zoon Douwe fietste regelmatig in een lange, bruine leren jas, met aan zijn stuur een wandelstokje van rypkedevries.jpgrotan, door ons dorp op weg naar de bus naar Leeuwarden. Hij bezocht daar de veemarkt, want hij was net als zijn vader veehandelaar. Ook Douwe wist wel waar de kroegen stonden en dat was aan zijn rode hoofd en minder vaste fietsgang ook duidelijk te zien. Als je langs het smalle zandpaadje langs de Dwarsvaart kwam, had je grote kans Rypke de Vries tegen te komen, die er samen met zijn zus Bontje woonde. Rypke was door het uitstoten van vreselijke,harde geluiden een schrik voor vele kinderen, ik hoopte ook altijd hem niet tegen te komen!

leffering.jpg
  Wagenmakerij Leffering  
                    
Genoeg Kortezwaagsters genoemd, nu over naar enkele markante figuren uit Gorredijk. Dagelijks kwam je daar Jan Fokkema tegen met zijn karretje met het gemeentewapen van Opsterland erop en een schep en bezem erin. Hij veegde de straatgoten schoon en dat deed hij keurig. Als hij voetballers of supporters van v.v.Gorredijk aan zag komen, dan rechtte Jan zijn rug en riep al uit de verte “2-1, 2-1, 2-1 !” Hij was er elke keer van overtuigd dat “Gorredijk” de komende wedstrijd met 2-1 zou winnen. Hij was net als Jan Boonstra (Jan Snel) een trouwe bezoeker van de wedstrijden. Jan Boonstra, ook al een snelle wandelaar, mocht tegen de pauze van een wedstrijd de kan met thee halen bij Jouke en Ida de Vries die bij de ingang van het voetbalveld woonden.janjonkers.jpg Een andere snelle Jan was “Ome Jan”, Jan Jonkers. Hij wandelde, zwaaiend met één arm als een zaaier, in rap tempo door het dorp. Hij heeft als hobby-fotograaf heel wat regionale gebeurtenissen en landschappen op de glasplaat vastgelegd.

janfokkema.jpgOp de Langewal woonden vlakbij elkaar twee ongetrouwde vrouwen, die allebei een zoontje van dezelfde leeftijd hadden. Tryn Homans was een zwak begaafde vrouw , die zwanger raakte van een door iedereen bekende man in het dorp. Ze vernoemde haar zoontje naar haar verdronken broer Feitze, ook een heel markant persoon op De Gerdyk. “Frou Brandsma” werd onterecht zo genoemd, want ze was slechts de huishoudster bij Brandsma. Haar zoontje werd “de Canadees” genoemd en een ieder kan wel raden waarom deze tijdens de bevrijding verwekte Roelof Berends zo werd genoemd. Als ik ’s zondagsavonds even naar sigarenmagazijn Rekker fietste om op de hoogte te komen van de voetbaluitslagen van de clubs uit de omgeving van Gorredijk, dan riep Roel mij uit de verte al toe hoe Heerenveen en Gorredijk hadden gespeeld. koffiebranderijOtter.jpgHij wist trouwens alle uitslagen uit zijn hoofd. Hij ging ook altijd met zijn moeder naar de thuis- en uitwedstrijden van v.v.Gorredijk. Zijn moeder zong dan vaak een duetje met Riekele Huisman door de microfoon voorin de bus. Bij Rekker verzamelden zich veel voetballiefhebbers op zondagavond tegen zeven uur. Jaap Bijlsma en Piet Rekker hadden de uislagen verzameld via de RONO (regionale radio) en op een groot bord geschreven. Er werd dan veel voetballatijn uitgesproken. Eén van de forumleden was Rommie Otter, de statige directeur van de plaatselijke koffiebranderij ( “Nog beroemder dan de stier van Potter is de Congo thee van Otter!”). Eens zei Otter bij vertrek : “Zo,vroeg naar bed, want ik moet morgen naar Amsterdam”. “Gaat de vrouw ook mee? “ vroeg een belangstellende. “Otter’s antwoord luidde: ”Als je naar Beets gaat, neem je toch ook geen turf mee! “

DKW1984Reekers.jpg
                                                          DKW van Jan Reekers
Dichtbij Tryn Homans woonden ook de vrijgezelle broers Jan en Jitze Reekers, die regelmatig tochtjes maakten op hun DKW- motoren. Jitze voorop en de slechtziende broer Jan er dicht achter. Aan de Kerkewal woonden in hun tjalkje scharenslijper Cornelis Wilkens en zijn vrouw. Wilkens heeft voor veel “Gerdyksters” en “Koartsweachsters” en bewoners van omliggende dorpen messen en scharen geslepen, maar hij verkocht ook houten onderzetters met een blikken bovenkant. In die bovenkant had hij met hamer en spijker gaatjes geslagen om zo een afbeelding van een boot of i.d. te creëren. Bekend is ook het verhaal van Wilkens dat hij liggend op zijn buik op het dek “Op hoop van zegen” op het naambord schilderde. Trots keek hij aan het einde van het schilderen naar zijn werkstuk om te ontdekken dat de naam op de kop en van achteren naar voren stond! Hij en zijn vrouw waren ook trouwe bioscoopbezoekers, die vooraan zittend luidop meeleefden met de avonturen op het doek.DouweWijnstra.jpg
Voor de deskundigheid op het gebied van muziek moest je op de Molenwal zijn bij Pier Hoekstra en Douwe Wijnstra. Beide muzikale talenten brachten hun jeugd door in Kortezwaag. Douwe was geniaal, niet alleen op piano en orgel maar ook op het gebied van radiotechniek en geluid. Met enkele buurjongens leerde ik van Douwe om vanaf mijn slaapkamer zelf uit te zenden naar het radiotoestel in de huiskamer. Wij speelden ook met hem “Vossenjacht” ,het alom bekende radiospel in die tijd. Een kamertje bij bakker Arjen was de studio en aan een houten lantaarnpaal naast de brug was een grote wasketel gehangen, die dienst deed als luidspreker! Douwe, die een opleiding deed aan het Conservatorium in Groningen, was o.a.CornelisWilkens.jpg door zijn beweeglijkheid een heel markant figuur.

Er liepen of fietsten meer markante figuren door de straten van Gorredijk kort na de Tweede Wereldoorlog. Dagelijks kwam je wel enkele politieagenten tegen, die de zaak goed in de gaten hielden. Verder verscheen er regelmatig een dorpsomroeper met een scheepsbel of een ratel, die een noodslachting of een belangrijk evenement als schaatsen op de verlichte baan of een circus aankondigde. De “sutelers” verschenen ook vaak in het straatbeeld. Jan Bakje was de opvallendste met zijn koffer met negotie, vrouw Hollema was indirect behulpzaam aan mijn album met verzame- ling vlaggen via FAAM-pepermunt en het “sjippemantsje” Van der Honing bezorgde zo nu en dan een pakje Persil, Radion of Sunlight bij ons. Een speciaal geval was straatzanger Jan de Roos uit Ureterp, die zichzelf bestempelde als de enige juiste vertolker van Bach, Verdi , e.d. Zijn enige hulpmiddel was een wandelstok, die hij mee liet deinen met zijn “bewogen” vertolking van de onverstaanbare liederen, die hij ten gehore bracht!
 

sunlight.jpgfaam.jpgPersil.jpgradion.jpg