Gorredijk

Terug naar boven

De Voormalige Openbare Lagere School

Openbare lagere school 1900

Op 1 september 1887 werd door wethouder S.G.Zwart de eerste steen gelegd voor de bouw van een nieuwe openbare lagere school in Gorredijk, aan de Zuidwest Dubbele Straat, zoals dat gedeelte van de Hoofdstraat toen heette. Het schoolgebouw, dat toen op dezelfde plaats stond, en dateerde van 1829, werd afgebroken. De leerlingen werden in een noodvoorziening ondergebracht.

Het werd een voor die tijd imponerend gebouw, met neogotische elementen en veel siermetselwerk. Een gebouw met stedelijke allure, al had de gemeente Opsterland het ontwerp zelfs nog luxer voor ogen, met nog meer versierselen, maar daar maakte Gedeputeerde Staten bezwaar tegen.
Het werk werd gegund aan de aannemers Gebr. Jan en Gosse Eppinga uit Lippenhuizen voor f 17.385,--. Het loon voor vaklui bedroeg in die tijd 12 cent per uur; losse werklui ontvingen 8 tot 10 cent.
Het schilderwerk werd uitgevoerd door H.A.Kirkenier te Beetsterzwaag voor f 594,--.

Gemeente architect was destijds Jacobus Anthonie Meessen. Hij is misschien geïnspireerd geweest door een zelfde soort schoolgebouw in Raamsdonkveer en ook in Amsterdam moet een soortgelijk gebouw hebben gestaan. Hij maakte de opening van de school niet meer mee. Hij overleed kort daarvoor en zijn opvolger werd architect Halbertsma.

De grote opzet van het voor deze omgeving unieke schoolgebouw met zes lokalen hield verband met de dubbelfunctie van lager - en meer uitgebreid lager onderwijs.
Het mulo-onderwijs was een voortzetting van de in aug. 1861 opgerichte Franse School aan de Brouwerswal. Een particulier initiatief voor meer gevorderd lager onderwijs en onderwijs in Frans, Duits, Engels en meetkunde. In 1888 werd dit onderwijs dus ondergebracht in de nieuwe lagere school aan de Zuid West Dubbelestraat en van toen af gefinancierd door de overheid.

De oude, in 1829 gebouwde school, stond op dezelfde rooilijn als de andere huizen aan de ZW Dubbelestraat, maar de nieuw te bouwen school kwam wat verder van de straat af, dit in verband met het toenemende verkeer, waaronder de stoomtram.

Het duurde evenwel nog meer dan een jaar voordat de school in gebruik kon worden genomen. De bouw liep onder meer grote vertraging op door de een lange en felle vorstperiode, waardoor de aanvoer van bouwmaterialen stokte. Bovendien moest alle werk gebeuren zonder machines. De bouwput zal door de arbeiders handmatig zijn gegraven. Stenen werden aangevoerd per schip, die op de Molenwal werden gelost, en vandaar per kruiwagen naar de bouwplaats werden vervoerd.

Pas op 2 november 1888 werd er voor het eerst les gegeven. Dat er ook mulo-onderwijs werd gegeven bracht met zich mee dat er ook kinderen van buiten Gorredijk de school bezochten.
In 1920 kreeg de MULO een nieuw onderkomen aan de Stationsweg. Maar omdat dit gebouw af en toe met ruimtegebrek kampte, werd in de jaren dertig en veertig ook nog wel eens gebruik gemaakt van de lokalen in de lagere school.

Trimbeets

In 1950 richt de oudercommissie zich tot Plaatselijk Belang betreffende steun voor de bouw van een nieuwe school. PB steunt de actie en vijf jaar later (1955) staat er een gloednieuw gebouw aan de H.Ringenoldusstrjitte (obs Trimbeets). Een moderne school, waarin geen banken meer, maar tafeltjes en stoeltjes.

En toen moest er een nieuwe bestemming worden gevonden voor het leegstaande gebouw. Afbraak werd overwogen, maar dat zou dan wel als gevolg hebben dat daardoor het dorpsbeeld ingrijpend zou veranderen. Het was in die tijd toch enigszins een tendens om panden die geen functie meer hadden maar af te breken; denk alleen maar aan Schansburg, de synagoge, het stationsgebouw, het grote doktershuis op de hoek Nijewei/Hegedyk, de Hervormde kerk, alle molens die zijn verdwenen.
Historisch besef stond nog op een laag pitje. Gelukkig is dit gebouw aan de slopershamer ontkomen, mede dankzij het streven van Plaatselijk Belang om het gebouw een waardige bestemming te geven. Allereerst kreeg de bibliotheek, die toen nog tegenover de school zat (boven de Nutsspaarbank) er een plekje. Er werd huishoudonderwijs gegeven en de Stichting Vrouwemancipatie Friesland” kreeg er ruimte.
Tijdens een vergadering van PB op 22 nov.1955 was reeds het plan naar voren gekomen om er een oudheidkamer in te richten. De oude school zou daar een uitermate geschikte ruimte voor zijn. En zo is het uiteindelijk ook gegaan.

Na jarenlange voorbereidingen krijgt de “Stichting Oudheidkundig en Natuurhistorisch Museum De Zuid-Oosthoek” de beschikking over twee bovenlokalen. Eén ingericht als Hein van der Vlietseal, voor een archeologische en geologische verzameling, het andere lokaal, benevens het trapportaal voor een collectie met de meest uiteenlopende voorwerpen als
turfmakersgereedschap, koper en zilverspul, textiel, schilderijen, foto’s en ansichtkaarten, kinderspeelgoed, letterlappen etc.

In 1975, na het vertrek van de bibliotheek, kreeg de stichting nog een lokaal ter beschikking, waarin de maquette van de uit 1673 daterende schansgracht een plaats kreeg.

Museum Opsterland

Pas in 1990 – kort voor het afscheid van beheerder Foppe de Boer- komt het gehele gebouw ter beschikking aan het Streekmuseum Opsterland, zoals de naam toen luidde. Inmiddels is ook die naam al weer verleden tijd en wordt het nu Museum Opsterland genoemd.

In 1995 is aan het gebouw de status van jong monument (cultuurhistorische waardevolle objecten uit het tijdvak 1850 – 1940) toegekend. Onder anderen wegens hoogwaardige kwaliteit van het ontwerp, bijzonder materiaalgebruik en ornamentiek, bijzondere betekenis voor het aanzien van het dorp en de markante ligging in het dorpsbeeld.

Een gebouw van cultuurhistorisch en architectonisch belang en een van de mooiste gebouwen van Gorredijk. Stel je toch eens voor dat het halverwege de vorige eeuw afgebroken was!


Dit artikel (met enige wijzigingen nadien) is geplaatst in de Woudklank van 3 januari 2013 door Ieke de Vries
Bronnen: ”Plaatsje mei in praatsje” van Hans de Jong;
Archief Historisch Informatiepunt; archief Wurkgroep Histoarje Opsterlân. .