Gorredijk

Terug naar boven

,,Mijn Dorp'' door Anne Veenstra



anne1.jpg

              

 

               KORTEZWAAG 1950

 

                              EN

 

                HAAR BEWONERS

               
door Anne Veenstra


 


                            OP STAP IN MIJN DORP KORTEZWAAG ROND 1950

“Langs het tuinpad van mijn vader” is een melancholisch lied van Wim Sonneveld met hunker naar vroeger, naar het leven dat zo eenvoudig leek en nog niet alles was veranderd.
In 1946 verhuisden wij als gezin van Ravenswoud naar Kortezwaag en naar dat dorp ken ik dezelfde hunkering als in het lied van Sonneveld. In november 1947 schreef Hielke Jacob Werkman dit gedicht over Kortezwaag:

                     MYN DOARPKE

Koartsweagen, myn doarpke, is net sa hiel ryk.
Flink, alles yn oarder en ticht by Gordyk.
Koartsweagen moai doarpke en simmers sa grien.
De túntsjes mei blommen, sa moai foar elkenien.
En simmers de lânnen mei prachtich moai fé.
’t Kin meidwaan op ierde, sok fé ’s dan wol ré.
De boeren en de faklju se binn’ by de tyd,
Har hân út de mouwekin laitsje dan bliid.
In flinke weinmakker, ferjit net de smid.
Sjoch, dát binne ek faklju, wat elk hjir wol wit.

By Lingsma is’t yn oarder, syn seal is in pracht.
En jûns is der drokte, ’t is moai dêr yn ’t ljocht.
Dy minsken geryflik, ja elk wit dat skoan.
Net mear der oer sizze, ’t stiet ús sa wol oan. Koartsweagen kin meidwaan al rint it net foaroan;
Trije flinke brêgen, oars alles gewoan. Yn ús doarpke is ek in iisbaan, syn klub hjit “Hâldt Moed”.
De baan koe wol grutter, mar och it komt goed.
En d’ Ald Singel, ’n lyts paradyske, sjoch dochs ’s yn’t run.
Sa’n tochtsje is prachtich, dat ha ‘k ûnderfûn.

Koartsweagen hie noch wat … ’t Jonkerslân yn.
De minsken binn’ himmel, de wask oan ‘e lyn.
Dêr ’t de fûgels sa sjonge, it makket jo sûn.
Mar 50 jier lyn waard d’r noch oars wat fûn:
Prachtige bosken mei beammen sa swier.
Ek smuk wier’n de leanen, ik wit it is wier.
Jo seagen dêr spjirren, sa ticht en sa grut, beammen fol ikels, oare wiene wol e’s blut.

Mar gâns is’t feroare, no is ’t alles gewoan,
Fuort binn’de bosken
Foar altiid bedoarn! 


MIJMERINGEN

In gedachten ga ik zo’n zestig jaar terug en ik zit op het hekje voor het huisje van mevrouw De Boer op de viersprong bij de lagere school. Als je zuidwaarts gaat, dan ga je naar Jubbega, in tegenovergestelde richting kom je in Gorredijk. De straat tegenover mij, die we “ ’t Weike” noemen , gaat richting de brug over de Opsterlandse Compagnonsvaart en daar moet ik straks weer langs naar huis, dat aan het “Oosterend” ligt.
De vierde weg van de viersprong, tegenover “t Weike dus, noemen we de Lijkweg en die gaat richting Jonkersland-Langezwaag.

anne2.jpg         

Lykwei(Lijkweg)

Het tochtje dat ik in gedachten heb, gaat eerst de Lijkweg op. Deze weg heet zo omdat aan de weg de kerk en het bijbehorende kerkhof liggen.
Nog geen honderd meter vanaf het kruispunt ligt links, tegenover de boerderij van Jongsma, de ijsbaan van “Hâldt Moed”. Wat is dit ’s winters een vermaakcentrum voor de jeugd. We rijden rondjes, doen tikspelletjes, spelen met stokken een partijtje ijshockey. Zo nu en dan krijgt de ijspret een romantisch tintje als we “meisjes pakkertje” doen of samen met een meisje een rondje schaatsen. Dan zet je de handen in de zij van het meisje en duwt haar zo voort of we houden naast elkaar schaatsend elkanders handen kruislings vast. Topmiddagen zijn er als er kortebaanwedstrijden met beroemde schaatsers worden gehouden. Het is dan erg druk op de baan met ook veel mensen uit andere dorpen, die allen een snippermiddag hebben. Bij een lange winter zijn er niet alleen wedstrijden voor mannen (160 meter) en vrouwen(120 meter), maar ook estafettewedstrijden en paarrijden, waarbij de man één hand op de rug legt en de vrouw , die haar hand in de zijne heeft gelegd, zo voorttrekt. Ook zijn er wedstrijden waarbij twee mannen en één vrouw achter elkaar schaatsend een stok vast houden De ijsbaan van Hâld Moed is ook geschikt voor langebaanwedstrijden. Meestal worden er dan drie afstanden gereden : 500-, 1500- en 3000 of 5000 meter. In zo’n lange winter zijn ook de langebaan-afvalwedstrijden en koppelwedstrijden populair. Bij de afvalwedstrijden starten steeds groepen van 4 of 5 rijders, waarvan na elke ronde de laatst doorkomende moet afvallen. Bij koppelwedstrijden rijdt een tweetal schaatsers om beurten een ronde tegen een tweetal andere schaatsers. Traditiegetrouw is de prijsuitreiking in Café Lingsma aan het Oosterend.

Het ijshokje aan de baan is er alleen maar om je op te warmen of een kopje chocolademelk (poeiermolke) met koek bij Lammert en Tinus en hun vrouwen Annigje en Griet te kopen.
houtjesHeel populair zijn de schoolschaatswedstrijden en de ledenrijderijen voor leden van Hâldt Moed. Bij beide evenementen zijn er complete families op de ijsbaan! Zo nu en dan krijgt de hele school ijsvrij, net zoals we ’s zomers soms warmtevrij krijgen als de temperatuur in de klas hoger is dan 80 graden Fahrenheit. De verlichte baan met populaire muziek is ’s avonds zeer in trek en zo nu en dan krijgen we van onze ouders verlof er naar toe te gaan. Feest!  Na de ijsbaan komen er drie woningen en dan een weiland, waar we wel eens ons school- en volksfeest hebben gevierd, met draaimolen, schiettent en viskraam! Het schoolfeest, dat om de twee jaar is, begint zaterdagsmiddags om 1 uur met een optocht .Het jaar, waarin geen schoolfeest is, is er een schoolreis. Daarvoor sparen we door elke maandag een kwartje of dubbeltje mee naar school te brengen, afhankelijk van de verte van de reis.

anne4.jpg

Na het weiland komt de pastorie, een brede woning met aan de voorkant een fraaie tuin met vijver. De pastorie doet niet meer als zodanig dienst en wordt bewoond door twee gezinnen, t.w.Mersman en Seinstra. Het oudste zoontje van Seinstra komt door bloedvergiftiging te overlijden en dat maakt diepe indruk bij alle dorpsbewoners, jong en oud. Het jongste meisje van dat gezin is een z.g. dwergje en dat is erg populair.Tegenover de statige boerderij van Van der Sluis is aan de rechterkant van de weg het populaire “Werkmansleantsje”, een “reed” tussen de Lijkweg en de Hegedyk. Gezinnen en vrijende paartjes betrekken dit mooie laantje regelmatig in hun wandelingen. Een paar honderd meter verder is de consistoriekamer, waar bijeenkomsten zijn van de kerk, die weer een paar honderd meter verder staat. De kerk is, toen nog zonder toren, gebouwd in 1797.

anne5.jpg

Even voorbij de kerk, aan de rechterkant van de weg is de oud-ijzerhandel van de gebroeders De Vries, die wij altijd de “Melissen” noemen. Een klein eindje verder is aan de linkerkant van de Lijkweg de bakkerij van Berend Spijkman, waar het net als bij de twee andere bakkers in het dorp zo nu en dan heerlijk ruikt! Even voorbij Spijkman hebben we achter het huisje van familie Van der Wijk ook wel gekorfbald. Even verder maakt de weg een grote bocht naar links. In de bocht kun je via het zandpad rechts naar de “Hegedyk”, waar ook nog een paar boerderijen bij Kortezwaag horen. In één van de boerderijen woont Tine de Vries, de beroemde kortebaanrijdster. Na een dikke honderd meter maakt de weg een bocht naar rechts. Bij het eerste huis aan de rechterkant hangt een rode brievenbus van de P.T.T. (Posterijen, Telegrafie, Telefonie)..


Dwarsvaart

Bij deze bocht naar rechts pak ik het zandpad links richting de Dwarsvaart. Vlak voor de Dwarsvaart kom ik langs het “joadeboskje”,een bosje dat bij de jeugd zeer in trek is. Zo nu en dan wordt het hout geoogst en dan gaat het hele bosje tegen de vlakte, maar het duurt niet lang voordat het weer speelklaar is. Tegen het bosje aan is een manege gemaakt, waar Teun van der Brug jonge paardenbezitters zondagsmorgens de menkunst probeert bij te brengen.

anne6.jpg Aan de Dwarsvaart staan meest boerderijen en boerderijtjes met zo nu en dan een arbeiderswoninkje. Opvallend zijn de “barakken”, een viertal woningen onder één dak, waar heel armoedige mensen met veel kinderen wonen. Aan de Dwarsvaart is ook het Joodse kerkhof, waar je alleen met een bootje kunt komen.

Joodse kerkhof.Ik volg het zandpad langs de Dwarsvaart tot de brug in de Gorredijksterweg, door ons Uithofbrug genoemd. Als ik schuin naar rechts kijk zie ik de villa “Sonneburg” en achter de brugwachterswoning zie ik verderop aan de Dwarsvaart het witte huisje van fotograaf Staphorsius. Achter de Sonneburg staan aan de Dwarsvaart twee boerderijen en voor de ene boerderij ligt een woonark in het water.Ik kom weer op een verharde weg, die aan de ene kant van de brug de “Gorredijksterweg” heet en aan de andere kant” Nijewei”. Op ruim een kilometer van de brug wonen nog leerlingen van onze school, zoals Rink en Joukje Roelenga en Dieuwke en Stoffel Bakker. Ik vervolg mijn weg nu langs de “Nijewei” en kom weer bij het hekje voor het huisje, dat in vroeger jaren een kroegje schijnt geweest te zijn en waar “ Plaatselijk Belang Kortezwaag” is opgericht.

Nijewei

Even bijkletsen met andere jongens op het hekje van mevrouw De Boer en dan vervolg ik de Nijewei verder richting Gorredijk. Over de belevenissen op het schoolplein en in de lokalen bij juffrouw Reinbergen, juffrouw De Bildt, meester Betlehem en meester Wapstra kom ik in een apart hoofdstukje terug. Aan de Nijewei richting Gorredijk staan aan de rechterkant naast elkaar de wagenmakerij van Leffering en de smederij van Koelma. Als Leffering de drukste tijd achter de rug heeft maakt hij ook stelten, waar wij ons na wat oefenen prima op kunnen verplaatsen. Bij Koelma nemen we zo nu en dan een kijkje als er een paard wordt beslagen en om even bij de werkzaamheden aan het smidsvuur en het aambeeld te kijken. Koelma repareert ook wel eens een fiets.Naast Koelma woont Rudolphy, één van de bazen van een groot warenhuis en een grote meubelzaak in Gorredijk en daarnaast woont De Jong, die grossier in tabakswaren is. We mogen, dankzij onze klasgenoot Eddy zo nu en dan met Pa Rudolphy naar een voetbalwedstrijd in Heerenveen. De vrouw van De Jong, juffrouw De Bildt, valt zo nu en dan in bij onze school en zij kan ook mooi vertellen over Abe Lenstra en Heerenveen. Ze speelt ook mooi op de piano, die in de klas staat waar zij invalt. Naast De Jong is het “Velde’s wijkje”, waar we ’s winters vaak als eerste schaatsen en dat we ook als schoolpad nemen als er ijs op ligt. Naast het Velde’s wijkje loopt een zandpad en via dat pad kom je langs keuterboer Velde op “Velde’s lântsje”, waar Voltawerk Gorredijk bedrijfsvoetbal speelt en O.D.K. haar eerste korfbalwedstrijden speelt. Ik trouwens ook! Eigenlijk verlaat je nu Kortezwaag aan deze kant van het dorp, maar een klein eindje verderop staat een heel bijzonder blok huizen, die de “diesel” wordt genoemd en in dit woningblok wonen kinderen van onze school en daarom neem ik dit stukje Gorredijk even mee om daarna weer langs de vele volkstuintjes achter de boerderij van Jongsma terug te keren naar het hekje van mevrouw De Boer. Achter de boerderij van Jongsma hebben we ook wel korfbalseriewedstrijden gehad, omdat het korfbalveldje zelf daar te klein voor was.

’t Weike

Vanaf het hekje van mevrouw De Boer steek ik schuin de Nijewei over en sta nu naast de wagenmakerij van Leffering in ’t Weike. Tegenover de wagenmakerij staat de Boerenleen-
Bank, waarin ook het huis van directeur Siebe de Boer is gevestigd. De directeur is een statige, goed geklede man met zijn horloge aan een ketting in zijn vestzakje en hij is bovenal erg vriendelijk .Als we kinderzegels gaan verkopen en wij de hoge stoep met treden op zijn geklommen opent de werkster van De Boer meestal de deur en ik denk dat meerdere kinderen er wat verkopen. Siebe de Boer wordt ook wel “de burgemeester van Kortezwaag”genoemd. Aan weerszijden van ’t Weike scheiden harde zandpaden de weg en de toegangen tot de huizen. Deze zandpaden zijn geliefde speelplaatsen in de knikkertijd, vooral die het dichtst bij de school liggen. Daar worden, bij de werkplaats van Leffering en de Boerenleenbank, met de hak van een klomp kuiltjes in de grond geboord, die dienst doen als knikkerpot. Ook populair zijn het pikschieten, waarbij met “pottenbakkers” (knikkertjes, gebakken van leem of klei) op glazen knikkers of stuiters wordt gemikt. Naast de wagenmakerij is het aannemersbedrijf van de gebroeders De Vries en daar schuin tegenover naast de bank is het aannemersbedrijf van Luitzen de Jong. Aan dezelfde kant van De Vries zijn ook nog de slagerij van Hoekstra, petroleumboer Marinus van Dijk, de Végé-winkel van Wiebe en Betje van der Wijk, de tabakswinkel van Minne Koster,de zadenwinkel van Omke Oudeman ( enkele jaren geleden nog de klompenwinkel van Anne Geertsma), de groentewinkel van Jappie en Jet Lingsma en het loodgietersbedrijf van Siemen Teijema. Als schooljongens maken we het regelmatig mee dat er krijsende varkens bij de slager worden afgeleverd. Voelen ze het noodlot dat hen staat te wachten? We wachten soms een poosje op de harde knal, die volgt als de slager het varken het genadeschot geeft. Na dat schot mogen we wel eens in de deuropening aan de achterkant van de slagerij kijken naar de verdere handelingen. Ik weet alleen nog dat er heet water over wordt gegoten voor er aan de verdere slacht wordt begonnen. We gaan ook regelmatig met de varkensblaas naar huis, die ons papa na gedroogd te hebben opblaast. Hij doet dan dienst als bal en die kan weinig schade aan- richten aan de ramen als wij achter huis op het verharde zandstukje ons partijtje voetbal spelen. Dat worden soms complete slagvelden! Halverwege staat een nortonpomp, een erfenis uit de oorlog. Toen we kort na de oorlog in Kortezwaag kwamen wonen kwam Anne Geertsma ook wel met zijn klompen naar school om de minder bedeelde kinderen van klompen te voorzien, die wellicht door de gemeente werden betaald. Wij hebben nooit echte armoede gekend, maar ik weet dat broer Auke en ik ook klompen moesten passen in het leegstaande lokaal. Erg opvallend zijn verder in ‘t Weike de Jugendstli-woningen, met stegen ertussen van nauwelijks een meter, aan weerszijden van de straat. Aan het einde van ’t Weike is aan de rechterkant een hard zandpad, dat naar de achteringang van Café Lingsma leidt. In de schuur, waar je in terecht komt staan de melkkarren van de melkboeren Lammert en Tinus Dijkstra. Omdat ze ’s zomers ook met ijs venten, staan ook die attributen daar. Als we op de schutting klimmen kunnen we ook nog een beetje in de zaal van het café kijken, waar toneeluitvoeringen, bruiloften, begrafenissen en vergaderingen plaatsvinden. Ook de feestelijke ouderavond met een toneelstuk van de schoolkinderen vindt hier plaats, net als de prijsuitreikingen van de schaatswedstrijden. Na het zandpad en een burgerwoning komt een schuur met heel grote deuren, die wij vaak gebruiken als doel voor onze onderlinge partijtjes voetbal. Aan de linkerkant eindigt ‘tWeike met de bakkerij van Arjen de Vries. Het monumentale gebouw van 1744 heeft de winkelingang met de hoge stoep met treden aan de kanaalzijde. 

anne7.jpg

 Oosterend (Easterein)

Als ik aan het einde van ’t Weike ben gekomen sla ik voor de brug rechtsaf en ga zo richting ons huis aan het Oosterend, of zoals wij als Friese jongens zeggen “t Easterein”. Op de foto hierboven is ons huis het derde huis van links. Het valt erg op omdat het een gele gevel heeft en een stoep van zo’n 15-20 centimeter hoog. Ook hangt er een lantaarn aan huis. Er komt in de schemeruren speciaal iemand om de gaslantaarn, waarin altijd een waakvlammetje brandt, met een lange stok met een weerhaakje eraan aan te steken. Omdat er dan wat licht in de duisternis is, is de verhoogde stoep voor jong en oud een regelmatige “hangplek”. Ook aan het einde van het met stenen geplaveide straatje is een gaslantaarn, zij het dat die aan een sierlijke ijzeren paal hangt. Ook hier komen mensen om even de dag door te nemen en elkaar op de hoogte te stellen van plaatselijk en wereldnieuws.Toen wij hier vanuit Appelscha kwamen wonen in mei 1946 hadden familie Stamhuis en Keimpe Blom nog een winkel, maar die werden al spoedig opgeheven. Aan het huis van Foppes kun je duidelijk zien dat daar ook een middenstander heeft gewoond en ook in ons huis heeft vroeger een slager gewoond. Als mijn vader achter huis in de tuin aan het spitten is, dan komt hij nog regelmatig botten van koeien en varkens tegen! Er is een grote saamhorigheid onder de buurtgenoten en waar men kan springt men bij om elkaar te helpen. ’s Winters zorgt ieder ervoor dat de eigen stoep en straat sneeuwvrij wordt gemaakt en als de straat glad is wordt de volle asla van de kolenkachel over de straat geleegd, nog voor de lui van de gemeente met hun vrachtwagen bruin zand komen strooien .Buurtgenoten, die zelf hun eigen straatje niet kunnen vegen, worden uiteraard geholpen! We beginnen even weer met ons tochtje aan het begin van de straat, waar na een burgerwoning het café van Lingsma de trekpleister van het dorp is. Voor het café is een laad- en losplaats voor schepen in de Opsterlandse Compagnonsvaart en in de winter heeft schipper Klaas Akkermans hier zijn vaste ligplaats. De familie wordt dan gewoon in de gemeenschap van ons dorp opgenomen.Tegenover het café staat een opvallende dubbele, witte woning aan het harde zandpaadje. In de linkerhelft woont schilder Ruurd Teyema en daar willen we nog wel eens achterom gaan om wat stopverf te vragen. Lukt het daar niet, dan hebben we een honderd meter verderop langs het zandpad nog kans op “De Pôle”. In een ver verleden ( circa 1640 ) was dit de woning van een veenmeester en omstreeks 1880 kwam hier een leerlooierij. Op dit door water (vaart, twee wijken en sloot) omgeven oorspronkelijk soort vluchtheuveltje staat een bijzonder bouwwerk, waar vier gezinnen ieder een afzonderlijk verblijf hebben. Andries en Ynskje Klijnstra wonen er zelfs met negen kinderen! Ook woont op “De Pôle” schilder Koelma en die is ook een leverancier voor onze stopverf!

anne8.jpg 

Tussen de woningen van de beide schilders is de “Houtsjekamp” of “Veenstra’s lântsje” (het paard van kolenboer Veenstra loopt in dit weiland). Wij voetballen hier regelmatig, maar we moeten de “oude” Veenstra ( naamgenoot Anne is de vader van de huidige eigenaar van de brandstofzaak, Geert) goed in de gaten houden, want die besluipt ons van verschillende kanten en probeert zo de bal te pakken! Oorspronkelijk was het stuk weiland ver voor onze tijd een boomkwekerij. Wij hebben er met onze korfbalclub O.D.K.(Ontspanning Door Korfbal) ook enkele jaren trainingen en wedstrijden afgewerkt.
Op de foto hierboven is rechts het dubbele witte huis van schilder Teyema en rechts daarvan het paadje naar “De Pôle”te zien.wc. Waar het skûtsje ligt, ligt tweemaal per week de strontpraam. Die wordt er tegen de avond, beladen met w.c.- tonnetjes naar toe gevaren door gemeentepersoneel en door ons begroet met “Zie ginds komt de strontpraam ……Als de werklui weg zijn, dan wordt de boot met tonnetjes voor ons, schoolkinderen een mooi speelobject. Het ruikt er wel erg naar lysol en ammoniak, maar dat deert ons totaal niet! De volgende morgen komen de werklui terug en laden de tonnetjes op kruiwagens om er dan mee langs de huizen te gaan om ze te verruilen met de volle tonnetjes. In deze vijftiger jaren heeft vrijwel niemand een watercloset. Het paadje op de foto begint bij de Kortezwaagster brug en loopt een heel stuk door langs de Opsterlandse Compagnonsvaart. Je komt op De Pôle via een smal bruggetje en verlaat het aan de andere kant ook weer via een bruggetje. Over vlonders, planken ( “betten”) en bruggetjes kun je via dat zandpaadje tot aan de haakse knik in de vaart bij “Loevestein”. We komen hier nooit bij het eenzame huisje met “it húske” (w.c.) zo’n 10 meter van de achterdeur. We kijken er wel altijd vol bewondering naar als we over het zandpaadje aan de andere kant van de vaart met onze ouders fietsend onderweg zijn naar Appelscha. Ook bij strenge winters komen we hier wel op de schaats en dan zien we van dichtbij hoe armoedig Jacob en Aaltje Hofstra hier wonen met hun 3 of 4 kinderen. Bij warme zomers komen we wel op enkele honderden meters van hier als we door Anton en Henk Moll worden uitgenodigd om dichtbij hun huis te komen zwemmen bij “Jelle Kantsje”(verbastering van Jelke en Antsje), een plek in het weiland langs de tijdens de vervening in de 17e eeuw gegraven Opsterlandse Compagnonsvaart. 

anne9.jpgLoevestein ligt op het driehoekspunt waar de vaart afbuigt richting Lippenhuizen. Er is mij eens verteld dat het heel vroeger een schipperskroegje moet zijn geweest. We zijn echter weer afgedwaald met onze gedachten, want eigenlijk zijn we aan het begin van het Easterein bij café Lingsma en schipper Akkermans. Even voorbij Akkermans is de bakkerij van Abele Blaauw, die een paar jaar geleden de bakkerij heeft overgenomen van zijn vader Fokke. Twee huizen verder is de slagerij van Hans Looyenga, waar we ook wel eens een varkensblaas halen en in de winter een “bargepiest”, de penis van een varken. We hangen die aan de houten bovengevel van ons schuurtje en dan is hij voor de koolmeesjes een heerlijke versnapering! Hoewel er vroeger dus meer waren, is het nu gebeurd met de winkels in onze straat. Ik herinner me nog de kruidenierswinkel van Stamhuis. Stamhuis bezorgt nu dierenvoer en kunstmest voor de CAF .De praam, waarmee Stamhuis zijn koopwaar bij de boeren bezorgd ligt voor zijn huis. Wij staan vaak in de boot om te vissen, want je bereikt vanaf deze plek beter de vaargeul waar de dikste vissen zitten. We mogen in vakanties of vrije middagen ook wel eens met Stamhuis mee om de koopwaar bij de boeren te bezorgen. Stamhuis duwt de boot met een lange stok, de boom. Als hij het kanaal over moet steken dan komt hij bij ons in de boot en “boomt” dan naar de overkant. Zo’n honderd meter vanaf ons huis gaat de klinkerweg over in een sintelpad, dat de eerste honderd meter flink breed is. Dat moet ook wel, want “dikke Willem”, de baas van betonindustrie Jonker, moet er regelmatig langs om zijn producten met de vrachtauto naar de klanten te brengen. Op het erf van Willem Jonker staan tientallen betonnen regentonnen en tonnetjes en putten en putjes, die door Jonker en enkele personeelsleden gefabriceerd worden. Jonker is één van de weinigen in het dorp die een telefoon en een personenauto heeft! Het erf van Jonker is voor ons kinderen een waar paradijs en de zeer goedaardige Jonker staat onze aanwezigheid vaak oogluikend toe. Mijn vriendje en ik zijn eens stiekem achterop de vrachtauto gesprongen toen die zich langzaam in beweging zette. Dat hebben we geweten, want pas op de hoek van de Gorredijksterweg in Jubbega moest de wagen stoppen voor een andere auto. Vlug zijn we eraf gesprongen om lopend onze terugweg van vijf kilometer af te leggen! Jonker heeft ook een roeibootje, waar we zo nu en dan met dochter Grietje in mogen roeien. Veel leuker is het als Grietje, een klasgenootje, niet meegaat. Ook de roeibootjes van Johannes Kromsigt en Lammert Dijkstra mogen we wel eens lenen. Soms gaan we schommelen met het bootje en dan verhogen we vaak de risico’s door dat staande te doen! Ook zwemmen we wel eens in de vaart, maar er ligt nogal eens wat troep in en daarom vinden onze zwempartijen meestal plaats in de “Lange Wyk”.Daar, in de Opsterlandse Compagnonsvaart, is een zandige plek in de vaart en er is een inham. Bij die inham verza-melen zich op zondagmiddag soms hele families voor hun eigen “stranddag”. De kinderen die geen zwempak of zwembroek hebben, zwemmen gewoon in de onderbroek, zij het dat de jongens hun gulp dan aan de achterkant dragen. Bij de “Boppedraai”, het draaibruggetje van nog geen meter breed en waar de zandpaden naar De Pôle en het Easterein met elkaar worden verbonden, begint het oude zandweggetje naar Lippenhuizen. Dit zandpad loopt dwars door de weilanden en over vlonders en planken passeer je wijken en sloten. Op onze vrije middagen op woensdag en zaterdag trekken we ook regelmatig zonder ouders met groepen kinderen naar ons “baaiersplak”. Zo’n twintig meter van de boppedraai is een draaibruggetje over de Dwarsvaart en als je die over gaat dan kom je rechtsaf bij boer Binne Houwing, waar een woonboot in de vaart ligt. Ik herinner me nog een droge zomer, waarin de ark op de bodem lag omdat er vrijwel geen water meer in de Dwarsvaart was.
Foto Fam.Werksman, dichtbij “Jelle Kantsje”

Als je over dit bruggetje linksaf gaat dan kom je via het zandpad bij Tsjoelebartje, de brug over het verbindingskanaal tussen de Opsterlandse – en de Schoterlandse Compagnonsvaart. Wij fietsen ook altijd met ons gezin over dit pad als wij op familiebezoek in Appelscha gaan. Bij Tsjoelebartje gaan we verder over de weg richting Jubbega, om vandaar de zandweg met de vele bruggetjes over de wijken langs de Schoterlandse Compagnonsvaart te volgen richting Donkerbroek. Vlak voor dit dorp gaat het zandpad omhoog omdat we over een betonnen spoorbrug moeten. Langs het tramspoor fietsend komen we in Donkerbroek en vandaar gaat het over een goed geplaveide weg via Oosterwolde naar Appelscha.

’t Leantsje ( ’t Laantje)

Als we vanaf het Easterein de brug over gaan, dan lopen we recht op de kruidenierswinkel van Geert en Jantje Teyema af. Hier kopen we de Maple Leafkauwgum met voetbalplaatjes en mocht je die al hebben, dan worden ze meteen geruild bij wachtende vriendjes. We moeten hier ook vaak boodschappen doen voor Mem, die dan aan het einde van de week afrekent met de kruidenier als die de boodschappen bij ons thuis bezorgt. Vrijdagsavonds komt hij langs om de boodschappenlijst samen te stellen. Dat gaat zo: mijn moeder noemt op wat ze moet hebben en Teyema schrijft dat in een boekje. Als Mem klaar is met opnoemen, dan begint de kruidenier met “Moet vrouw Veenstra ook nog dit en dat en ik heb wat in de aanbieding en dit is wat nieuws”, enzovoort. De volgende morgen bezorgt hij het bestelde bij ons thuis. De ene week levert Geert Teyema, de volgende week Wiebe van der Wijk. Als mijn broer en/of ik doordeweeks boodschappen moeten doen, dan doen we dat bij de kruidenier die ’s zaterdags bij ons boodschappen komt bezorgen, dit in verband met het afrekenen van de door ons gehaalde boodschappen. Wij hoeven dus nooit geld mee. Ik vind boodschappen doen leuk en zie hoe de winkelier zout en suiker en snoep en meer zulke artikelen uit de blikken en flessen in de papieren zakken schept. Voor de stroop neem ik van huis het lege blikje mee en daar wordt de verse stroop weer in gedaan. Ik maakte eens mee dat een vriendje wel geld mee had gekregen, dat zijn moeder in het lege blikje had gedaan. Daar had Gerrit niet aan gedacht en het resultaat was dat de stroop boven op het geld werd gegoten! Naast de winkel van Teyema is een heel slordig met gele steentjes geplaveid weggetje, dat ’t Leantsje wordt genoemd. Aan het einde van dit straatje is een bruggetje, waar je over kunt naar de grote witte boerderij van veekoopman Wiebe Hofma. Zoon Henk was een klasgenoot van mij in de eerste klas, welke klas hij moet doubleren .Toch blijft hij ons vriendje.

anne10.jpg  

Aan de rechterkant van het straatje staat een blok huisjes, die wel op de “barakken” aan de Dwarsvaart lijken. Het zal ook wel een vorm van sociale woningbouw zijn. In eerste instanties zijn de barakken er aan de Dwarsvaart neergezet voor Belgische vluchtelingen en ze waren destijds van hout. Na een opknapbeurt met steen waren ze voor de sociale woningbouw.

anne11.jpg

Achter deze huisjes van ’t Leantsje is “Veenstra’s lântsje”, waar wij zo graag voetballen en waar we ook bij O.D.K. onder leiding van “lange Anne”(van der Meulen) korfballen.
In een huisje links in dit straatje woont Gooitsen ( “zonder kin”) Lamerus. Als je bij het bruggetje op het ijs stapt, dan kom je via de Tsjinwyk langs De Pôle op de Opsterlandse Compagnons- vaart, vrijwel tegenover ons huis. Over de Tsjinwijk kun je ook naar Gorredijk en Lippenhuizen schaatsen langs plekken waar je anders nooit komt. Als je op de brug bij Geert Teyema naar links gaat, dan ga je over een klinkerweg richting Gorredijk, of zoals wij zeggen “De Gerdyk”.

Vinkebuurt

Deze klinkerweg langs de vaart met zijn bijzondere sociale huizenbouw noemen wij de Vin-
kebuurt. Er wordt wel gezegd dat deze naam te danken is aan de gehorigheid van de sociale woningbouw aan de straat. Behalve deze huizenblokken staan er ook nogal wat eengezinswoningen en winkels en de bewoners hiervan noemen deze straat eigenlijk altijd “Langewal”’, net zoals die in Gorredijk. De beide straten lopen vloeiend in elkaar over, zij het dat de Gorredijkster Langewal begint bij het opvallende witte huisje van Oepie de Boer. Vanaf de brug begint de Kortezwaagster Langewal met een groot huis, waaraan je kunt zien dat het vroeger een winkel was. Erachter staat een heel grote schuur. In het derde woninkje is de kapsalon van Gerrit Jansen, die vanwege zijn zwarte kuif meestal “Gerrit Jood” wordt genoemd. Wij vinden het als kinderen geen straf naar de kapper te moeten, want het is in het salonnetje altijd een en al gezelligheid .Wij zitten soms met een hele groep te wachten en soms gaat er een vriendje gewoon voor de gezelligheid mee! Na elke kapbeurt, meestal volgens het model “bloempot”, wordt het geknipte kapsel met reukwater besproeid. Jansen gebruikt daarvoor een metalen bidon met een lange rubberen slang met knijpbal eraan. De in de salon aanwezige jeugd wordt op een onbewaakt moment ook rijkelijk met het reukwater besproeid. Omdat je nooit precies het moment weet wanneer Jansen zijn actie uitvoert, raakt hij altijd iemand. Dikke lol alom!

anne12.jpg

De fotograaf van deze foto uit ongeveer 1947 staat in ’t Weike en links is de zijmuur van de bakkerij van Arjen de Vries. Op de stoep zitten het oudste dochtertje van bakker Arjen, Sytske en de dienstmeid Zusje Simons. Aan de overkant van de Opsterlandse Compagnonsvaart zien we links een klein stukje van de rijwielzaak van Koop de Boer. Rechts van Koop de Boer is het kleine winkeltje en de kap- en scheersalon (met zonnescherm) van Gerrit Jansen. De grote paal rechts op de foto hoort bij de elektrische bedrading.

 Naast de kapsalon is de rijwielzaak van Koop de Boer. Hij heeft een vrij moderne winkel en achter zijn woning is de rijwielherstelplaats. Die is te bereiken via de steeg tussen de woning van De Boer en die van de goente- en fruitwinkel van Keimpe ten Hage. Op de foto hieronder zie je dat “Dikke Keimpe” of “Keimpe Klos”, zoals wij altijd zeggen, ook al een auto heeft. Die heeft hij nodig als hij de verschillende jaarmarkten bezoekt. Keimpe verkoopt niet alleen groente, fruit en aardappelen, maar ook vis. We halen regelmatig een pot zure haring en soms ook gebakken vis. Als Keimpe die aan het bakken is, ruik je het in heel Kortezwaag. De winkel en de groente van Keimpe ruikt trouwens ook vaak naar vis! Op de “Gerdykster Merke”’de jaarmarkt in Gorredijk, krijgen we altijd “greven” (kaantjes) van de goedzak. Wij komen regelmatig door de steeg tussen Ten Hage en De Boer. Bij Ten Hage moeten we “achterom” als we gebakken vis gaan kopen en bij De Boer duiken we regelmatig in de werkplaats. Aan mijn fiets hoeft hij nooit te sleutelen want mijn vader is daar zelf een kei in. Ik ga wel mee met andere jongens en soms vragen we Koop, die een heel klein maar pittig vrouwtje heeft, om oude fietswielen of oude fietsbanden. Van de banden maken we tientallen elastiekjes, die we allemaal zo lang om een dikke prop krantenpapier wikkelen tot we een bal hebben om mee op straat te voetballen. Een oud fietswiel gebruiken we als hoepel. In de T.T.-tijd is het onze motor bij de onderlinge wedstrijden, maar we gebruiken hem net zo gemakkelijk als fiets of auto!

anne13.jpg

Naast Keimpe is de brandstoffenzaak van Geert Veenstra, die de zaak kort geleden van zijn vader Anne Veenstra (geen familie) heeft overgenomen. Aan het gezicht van Geert kun je meestal goed zien dat zijn handelswaar nogal stoffig is. Vooral zijn ooghoeken zien eruit alsof hij de dag van tevoren voor Zwarte Piet heeft gespeeld. Het grootste deel van de Langewal bestaat verder voor het grootste deel uit de Vinkebuurt, maar er zijn ook nog het manufacturenwinkeltje van Klaas Seinstra en een klompenwinkel van Klaas Akkerman. Kortgeleden had Wiebe Moll hier ook nog een boekwinkeltje. Na de Vinkebuurt komt de woning van Euwe Nijboer, die als vertegenwoordiger van Brons ook een auto heeft. Zoon Jelke heeft een flinke geestelijke achterstand en daarom blijft hij al jaren achtereen op de grootste bank achterin bij de vierde klas zitten. Jelke is een aardige jongen en wordt heel goed door de andere kinderen geaccepteerd.Naast Nijboer staat, een beetje achteruit, een schuur, waarin melkboer Tinus Dijkstra zijn opslagplaats heeft. Naast Tinus en Griet woont boer Willem de Vries, die een heel sportieve vrouw heeft. Zij, Corrie heeft veel prijzen gewonnen met schaatsen en turnen. Samen met Hildebrand Rudolphy doet ze nog wel mee aan schaatswedstrijden voor paren. Bij de ledenrijderijen van Hâldt Moed hebben ze eigenlijk alleen concurrentie van Andries de Jong en Daatje Jongsma.
Bij het kenmerkende witte huisje van Oepie de Boer begint Gorredijk en eindigt dus Kortezwaag. Tegenover de Vinkebuurt, aan de andere kant van de Opsterlandse Compagnonsvaart is de groentekwekerij van Van der School. Tussen de tuinen en de vaart is een heel smal zandpaadje, waarover je ook vanaf de Kortezwaagster brug naar Gorredijk kunt. Als het flink vriest hebben we ook nog een andere weg van Kortezwaag naar Gorredijk, namelijk de bevroren vaart. We leggen die weg dan zowel schaatsend, lopend als fietsend af! Lopen is het moeilijkst omdat we altijd klompen dragen. Daarom glijden we ook meestal in plaats van lopen. Als we op de fiets onze kunsten vertonen dan is licht remmen een sport omdat je dan langzaam onderuit glijdt en je dan zacht landt. Onverwacht remmen kan wel eens nadelige gevolgen hebben! Fietsen op het ijs wordt door de andere ijsgebruikers niet op prijs gesteld en daarom zijn we meestal ook schaatsend op het ijs te vinden. 

anne14.jpg

                                                          O.L.S. KORTEZWAAG

Onze school heeft vier lokalen, drie links van de hoofdingang en één rechts van de hoofdingang. De lokalen links kijken uit op de Nijewei, maar we moeten op onze banken gaan staan om naar buiten te kijken. Het onderste deel van de grote ramen is namelijk matglas.We zitten met tweetallen in houten banken, die zijn aangepast bij de grootte en leeftijd van de kinderen. De kleinste tafels staan in het lokaal van juffrouw Reinbergen, die de scepter zwaait over de kinderen van de eerste en de tweede klas. In de eerste klas zitten de kinderen die van de kleuterschool komen of rechtstreeks van moeder thuis. De lees- en taallessen gaan met behulp van de leesplank met aap, noot, mies, enz. Toen we eindelijk zover waren dat we spellend konden lezen lazen we klassikaal over de schitterende verhalen van Ot en Sien uit “Buurkinderen” van Jan Ligthart en H.Scheepstra en plaatjes van C.Jetses.Wapstra en Reinbergen Naast het lokaal van juf Reinbergen zitten de derde en vierde klassers van meester Bethlehem. Hij is erg sportief en hij is een van de oprichters van O.D.K. en hij heeft een belangrijk aandeel in de grote toevoer van jeugdleden bij de club. Veel kinderen gaan nu niet meer de lange looptocht naar Gorredijk maken om daar eens per week te gymmen bij “Stânfries”, de oudste sportclub (opgericht in 1885) in Gorredijk en Kortezwaag. Tussen de lokalen van de eerste en tweede klas en die van de derde en vierde klas is een tussendeur. Als juf even de klas verlaat staat meester in de tussendeur op beide klassen te letten en omgekeerd gebeurt hetzelfde. In de eerste en tweede klas mochten we al om half 11 naar huis, omdat juf na de pauze handwerkles geeft aan de meisjes van de 3e en 4e klas of die van de 5e t/m 8e klas. Als we een les niet af hadden of over moesten doen, dan deden we dat ook na de pauze en soms zeiden de grote meiden ons dan stiekem voor. Om half negen fluit meester Wapstra op zijn fluitje en dan moeten we naar binnen. Ook als de pauze afgelopen is fluit hij. Om 12 uur gaan de hoogste klassen ook naar huis en na het warme eten en het spelen fluit meester opnieuw. Bij slecht weer eten een paar kinderen, die heel ver weg wonen, op school een boterham tussen de middag. ’s Winters staan er heel grote kachels in de klassen, die met turf en kolen gestookt worden. Tegen Sinterklaas schuiven we zo nu en dan met elkaar rond de kachel om Sinterklaasliedjes te zingen. Als juffrouw De Bilt invalt dan gebeurt het zingen zelfs met begeleiding van de piano. In de hogere klassen mogen sterke jongens met de grote kolenkit kolen uit het kolenhok halen. Soms moet er wel eens een stoute jongen voor straf in het kolenhok. De vloer van de lokalen is van hout en tussen de planken zitten op sommige plekken grote kieren. Achter in de klas staan een paar grote houten kasten met leermaterialen. In het lokaal van meester Wapstra, het hoofd van de school, hangen aan de rechter zijmuur kleine kastjes met raampjes ervoor. Daarin zitten allerhande vlinders, die met de vleugels gespreid, met een speld zijn vastgeprikt aan de achterwand van het kastje. Het lokaal van meester Wapstra kijkt uit op een deel van het plein en de hoofdenwoning van Wapstra, waar de meesters en juffen in de pauze hun koffie halen.
Het lokaal naast dat van de derde en vierde klas noemen wij “het lege lokaal”, omdat daar geen klassen in zitten. Er staan alleen maar wat extra banken en leermateriaal dat niet zo vaak gebruikt wordt. Ook de schoolarts neemt daar plaats als hij/zij op bezoek komt.

Op 1 april weet elke leerling of hij/zij een klas hoger mag en de zesjarigen komen voor het eerst op de lagere school, met of zonder een vooropleiding op de kleuterschool. De kleuterschool is niet verplicht omdat een kind op zesjarige leeftijd leerplichtig wordt. Een paar jaar geleden werd de kleuterschool in Gorredijk nog “bewaarschool” genoemd. Traditiegetrouw verzamelen alle kinderen zich bij het hek aan de ingang en de grote kinderen geven de kleine kinderen een hand en zo wordt het schoolplein rond gelopen onder het zingen van “Zitten mijn Japie zit! Waarom zal ik zitten gaan? ‘k Heb van mijn leven geen kwaad gedaan!” Op “Zitten” gaat het voorste tweetal hurken en de andere tweetallen strekken de vastgehouden handen om zo het hurkende tweetal te passeren. Op een bepaald moment hurkt een heel groot aantal kinderen, maar iedereen blijft zingen. Op de eerste schooldag ontstaat zo een natuurlijk saamhorigheidsgevoel en voor de kleinsten is dit de “ontgroening”. Op 1 september beginnen de middelbare scholen en dan verlaten een flink aantal leerlingen de zevende klas. Zij, die geen vervolgopleiding kiezen blijven tot en met de achtste klas. De vijfde-, zesde-, zevende- en achtste klassers zitten allemaal in het lokaal van het hoofd der school, meester Wapstra. Alle vier lokalen komen uit op de gang. Hier hangen langs de wanden kapstokjes en daaronder staan de klompenbakken, waar we onze klompen in of op zetten. In het midden van de gang is een ijzeren wasbak, waar boven een kraan hangt voor het handen wassen. Ook is er een fonteintje om je dorst te lessen. De w.c.’s zijn buiten. Er is een apart gebouwtje van zo’n 10 bij 1,5 meter waar in aparte hokjes w.c.’s en urinoirs zijn. De leerlingen van de hele school moeten door de achterdeur naar de w.c. en daarom wordt er nogal eens op de gang gekletst.

Aan het eind van de gang is ook het kolenhok, waar de turven en kolen zijn opgeslagen. De grootste en sterkste jongens van de klas mogen bij toerbeurt kolen en turf voor meester uit dit kolenhok halen. Het is echt een erebaantje, zoals elk werkje dat je voor juf of meester mag doen een eerbaantje is. Soms gaat een heel ritueel vooraf aan zo’n werkje. Juf of meester kijkt de klas rond en vraagt: “Wie wil ……………….”, en voordat zij/hij uitgesproken is gaan we kaarsrecht in onze banken zitten met de borst vooruit en de armen keurig over elkaar. Ik mag voor meester Wapstra altijd kippenvoer halen bij Stamhuis en elke keer zegt meester dan: “Dankjewel, het eerste ei dat de haan legt is voor jou”. Vanaf 2 april gaat elk groepje kinderen weer verder met zijn eigen spelletjes als tikkertje, touwtjespringen, sta-bal, voetbal, jongens-meisjes-pakkertje, trefbal, kringspelletjes als zakdoekje leggen en drie-is-teveel. Ook “dringertje” is bij ons jongens een populair spel. Eén van ons gaat in de hoek voor het lokaal van meester Wapstra staan en de andere jongens, die naast hem staan, proberen met krachtig duwen de uitdager uit de hoek te dringen. Als dat lukt is de jongen naast hem het volgende slachtoffer. Bij die hoek doen we ook wel “bok bok hoeveel horens’. Een jongen steunt met beide handen tegen de muur waar hij gebogen naar toe staat gekeerd. Een andere jongen springt op zijn rug en steekt een paar vingers omhoog en vraagt dan : “Bok bok,hoeveel horens?”. Als het aantal vingers geraden wordt is de volgende bok aan de beurt .Ook de meisjes doen dit spel, maar uit kuisheidsoverwegingen niet samen met ons. Ook kaatsenballen met soms wel drie, vier ballen is een geliefd spel bij de meisjes en de leukste liedjes worden daarbij gezongen. Ook worden er tijdens het gooien van de ballen tegen de muur acrobatische toeren uitgehaald! Zo nu en dan nemen we een vergrootglas, vaak uit zaklantaarn of fietslamp, mee naar school. Daar zoeken we een hoekje op, waar de zon vrij spel heeft en branden onze naam in een stukje hout of in de klompen. Degene die wat artistieker is maakt een mooie tekening op het hout of in de klomp. Ook wordt er wel op mica geschenen, dat stinkt lekker! Het is alsof het zo uit de lucht komt vallen, maar zo opeens is het op een dag knikkertijd. Op het schoolplein is het dan veel rustiger, want daar valt het met de grindbedekking vrijwel niet te knikkeren. De bermen van ’t Weike zijn de ideale plekken met hun harde zandbodems. Zodra het pauze is stormen we dringend door de deuren naar buiten om het beste plekje te veroveren. Onze knieën zien er in de knikkertijd veel zwarter uit dan normaal! Op het lesrooster staat ook “gymnastiek”, maar dat vak wordt alleen in de zomermaanden gegeven of op een mooie lente- of herfstdag. Meestal wandelen we dan naar de droog gevallen ijsbaan voor een partijtje slagbal, kastiebal, bokbal of trefbal. Ook bereiden we ons er minimaal voor op de schoolsportdag, die samen met de openbare scholen uit Gorredijk, Jonkersland, Terwispel en Lippenhuizen wordt gehouden op het voetbalveld van v.v.Gorredijk. Eens in de twee jaar is het school- en volksfeest in het dorp, dat zijn echte hoogtijdagen!

anne16.jpg
De drie mannen links op de foto zijn Jeen de Jong, slager Hans Looyenga en aannemer Abele de Vries. De derde man vanaf links, die een beetje naar voren staat is Siebe de Boer, de “burgemeester” van ons dorp. Hij woont in het bankgebouw rechts op de foto.

De voorbereidingen op het feest verstevigen de saamhorigheid in het dorp nog eens extra. Op school leren we een speciaal schoolfeestlied, dat op de melodie van “Ta ra ra boempidee” door juffrouw Reinbergen is geschreven. Het refrein is:

                               Kom mee naar Kortezwaag
                               Daar is het feest vandaag
                                 ’t Is alles pret en jool
                                 In de versierde school
 

Elke buurt versiert zijn straat en in verschillende schuren worden landbouwkarren opgetuigd voor de optocht. Die optocht begint zaterdagsmiddags om één uur op de Lijkweg bij school en maakt het rondje ’t Weike, Langewal, Jodocus Heringastraat, Nijewei. Na de optocht zijn er op een weiland spelletjes voor de kinderen. Het onderwijzend personeel en de leden van de oudercommissie zijn de juryleden. Er wordt door de schoolkinderen fanatiek gestreden om de prijzen. ’s Avonds is er in de feesttent een feestavond met bal na voor de volwassenen. Er komt een beroemd gezelschap optreden, soms in het Fries, soms in het Nederlands. Tetman de Vries en zijn gezelschap heeft met “De tiid hâldt gjin skoft” de meeste indruk gemaakt bij de Koartsweachsters. Net zoals dit gezelschap in vrijwel alle Friese dorpen een onvergetelijke indruk heeft achter gelaten. ’s Zondags is de draaimolen omgebouwd tot zweefmolen en in en bij de feesttent zijn er spelletjes voor de volwassenen. Uiteraard mag er nu ook bier geschonken worden en Keimpe ten Hage heeft in zijn dis van alles te koop. Ook vis!

 

anne17.jpganne18.jpg
 

Schoolfeest te Kortezwaag. Links beelden Sytske en Lummie de Vries, Jan Foppes en Tjitske van der Spoel het sprookje “Nofrita” uit tijdens de optocht. Rechts is Sytske de Vries “De meimaand” tijdens een optocht. Op de volgende bladzijde staat links het weiland tussen Nijewei, Oosterend, ’t Weike en Dwarsvaart, waar spelletjes worden gehouden. Op de foto ernaast staan Ekke Foppes, Anne Veenstra en Jan Foppes op de Lijkweg in hun nieuwe kleren klaar voor het feest! Achter hen het bouwland van Piet Jongsma. Achter dit stuk bouwland, richting Gorredijk, liggen een aantal volkstuintjes waar het een groot deel van het jaar een komen en gaan is van tuiniers. Bijna alle inwoners van Kortezwaag hebben een moestuin bij huis. Als daar geen ruimte genoeg is, dan wordt elders een stukje grond gehuurd. Wij hebben achter huis een moestuin, maar mijn vader heeft daarnaast ook nog een stukje grond aan de overkant van het kanaal gehuurd. Soms gaan we samen met iemand anders er in het bootje naar toe, maar meestal fietsen we er via “De Pôle” naar toe. Mijn broer en ik moeten regelmatig groente of aardappelen uit die tuin halen. En natuurlijk moeten we tijdens de wecktijd er boontjes plukken en daarna punten, voordat Mem ze winterklaar maakt. ’s Winters staan er veel weckflessen met groenten bij ons in de kelder. Daar worden ook de aardappelen in bakjes opgeslagen. Pappa bewaart daar ook de poters, die het volgende voorjaar weer de grond in gaan.

 

anne19.jpganne20.jpg

Als er geen school- en volksfeest is, dan is er voor alle klassen een schoolreis. De eerste, tweede en derde klas gaan naar Appelscha en de vierde tot en met de achtste klas gaan de afsluitdijk over met de bus van G.A.T.O. of Vleeshouwer. Ook zijn er treinreizen gemaakt naar Amsterdam en Rotterdam, voor ons wereldsteden. Uiteraard worden dan rondvaarten gemaakt in grachten en havens , dierentuinen, Schiphol en tunnels worden bezocht. Voor de meesten van ons betekent de schoolreis ook de kennismaking met de trein en de grote stad. Op de schoolreis naar Appelscha wordt een melkbus met ranja meegenomen. Voor de broodjes zorgen we zelf. Die zijn trouwens op de heenreis al grotendeels verorberd!

anne21.jpg
Schoolreisje klas 1, 2 en 3 naar Appelscha (1946)
Achteraan staan v.l.n.r. de onderwijzeressen De Bildt en Reinbergen, oudercommissielid Lammert Moll, meester Wapstra en de oudercommissieleden Euwe Nijboer en Age Hoekstra
Daarvoor staan v.l.n.r. Mieneke Veenstra, Ietje Kromsigt, Joukje Roelenga, Jacob de Jong, Grietje Jonker en Oene Dijkstra
Op de middelste rij v.l.n.r. Trijntje de Boer, Hieke Spijkman, Wieke Vonk, Saakje Houwing, Jappie Simons, Sietze Klijnstra, Teje Homans, Anne Klijnstra, Douwe de Kroon en Stoffel Bakker.
Op de tweede rij van onder v.l.n.r. Metje Boomsma, Grietje de Vries, Gepke Eier, een verstekeling, Tineke Pultrum en Annigje ? .
Vooraan v.l.n.r. Tillie Boomsma, Klaas Koelma, Henk Moll, Gerrit de Vries, Eddy Rudolphy, Harm Akkerman, Anne Veenstra, Jouke de Vries, Wouter Stoelwinder, Jan de Vries, Henk Hofma en Joke Tenge.


anne22.jpg
Nog een schoolreisje van de klassen 1, 2 en 3 naar Appelscha(1948)
Achteraan meester Bethlehem en de oudercommissieleden Age Hoekstra, Gerrit Eppinga en Euwe Nijboer.
Daarvoor v.l.n.r. Sieke van der Bij, Haitze Houwing, Jan Talsma, Dirk de Vries, Douwe de Kroon, Sietze Uithof, Attie de Vries, Trienke Bosker, Geertje Stoelwinder, Tjamme de Vries en Jelke Nijboer
Knielend v.l.n.r. Wieger Moll, Tetje Homans, Hiltje Houwing, Wieke Vonk, Grietje de Vries, Jan de Vries en Dries Akkerman
Daarvoor zittend v.l.n.r. Ekke Foppes, Pieter van der Spoel, Henkie Hofma,Thijs van der Wijk, Kees Dijkstra, Dikkie Coehoorn, Dikkie Pultrum, Engbert Post, Wouter Stoelwinder, Froukje Teyema, Juffrouw Reinbergen, Sytske de Vries, Jappie Simons en Brantje Hofstra
Vooraan zitten v.l.n.r. Annie Nijholt, Corrie Rozenberg, Geesje Dijkstra, Corrie ten Hage, Gepke Eier, Jurrie Eppinga, ….Hofstra en Roel Klijnstra
Liggend Jan Foppes en Sietze Klijnstra


Jelke Nijboer is verstandelijk gehandicapt en daarom blijft hij steeds op de achterste bank, een grotere dan de rest van de kinderen, in de vierde klas zitten. Bij het voorlezen mogen de liefhebbers naast Jelke in de grote bank plaats nemen. Jelke schrijft heel graag lange verhalen en zo nu en dan mag hij er één voorlezen van meester Bethlehem. Bijna elke nieuwe zin begint met “En toen……..”. Ook worden deze woorden veel als voegwoorden tussen de zinnen gebruikt. Je begrijpt dat wij elkaar wel eens lachend aankijken. Jelke wordt echter nooit uitgelachen!

anne23.jpg
Schoolreis CAMPERDUIN(1950) Staande v.l.n.r. Douwe Wijnstra, Euwe Nijboer, Hans v.d.Sluis, Lammert Moll, Hennie Werksman, Duitse evacué, Gerrit Eppinga, Cor Looyenga, Juf Jikke Reinbergen, Wiekje Hofstra, Wieke Groensma, Bonnie Bosker, Jelke Nijboer, Albert Bakker, Meester Berend Wapstra, Attie Coehoorn, Anneke Kromsigt, Ietje Kromsigt, Meester Lute Bethlehem.
Daarvoor staan v.l.n.r. Hille Houwing, Stoffel Bakker, Joke Tenge, Oene Dijkstra, Henk Moll, Anne Klijnstra, Catrinus Koelma, Grietje Jonker, Liesje de Kroon,Aatje Oosterloo, Tineke Pultrum, Anne Veenstra.
Daarvoor zitten v.l.n.r. Jan Houwing, Jouke de Vries, Auke Veenstra, Anton Moll, Engbert de Vries, Brant Klijnstra, Eddy Rudolphy, Henk Eppinga, Roel Schoppen, Jacob de Jong, Trijntje de Boer, Gerrit de Vries, Age Hoekstra
Helemaal vooraan v.l.n.r. Sijke Moll, Klaasje Hoekstra, Trienke Eppinga, Saakje Houwing, Dieuwke Bakker, Hieke Spijkman, Joukje Roelenga, Tjitse de Boer, Klaas Koelma, Harm Akkerman.

anne24.jpg
Schoolreis AMSTERDAM (1952) Achteraan staan v.l.n.r. Juf Reinbergen, de onderwijzers Bethlehem en Wapstra, oudercommissieleden Willem de Vries, Arjen de Vries en Binne Houwing, Oene Dijkstra, Stoffel Bakker, oudercommissielid Gerrit Eppinga, Wieke Vonk, Mieneke Veenstra, Grietje Jonker en oudercommissielid mevrouw Veenstra.
Daarvoor staan v.l.n.r. Anne Tenge, Thijs van der Wijk, Sietze van der Spoel, Wiepie Braam, Harm Akkerman, Jappie Simons, Ekke Foppes, Haitze Houwing, Jan de Vries Azn, Sieke van der Bij, Dikkie Coehoorn, Wouter Stoelwinder, Henkie Hofma, Imkje van der Heide, Annie Nijholt, Froukje Teyema, Dikkie Pultrum, Jurrie Eppinga, Klaasje van der Heide, Jikke Anema, Hennie Krist, Douwe de Kroon, Sytske de Vries, Lummie de Vries, Trienke Bosker en Tetje Homans.
Zittend v.l.n.r. Tjamme de Vries, Jan de Vries Wzn, Anton Talsma, Klaas Jonker, Jan Talsma, Kees Dijkstra, Hiltje Houwing, Attie de Vries, Corrie ten Hage, Geesje Dijkstra, Geertje Stoelwinder, Tjitske van der Spoel, Engbert Post, Henk van der Heide, Jan Foppes, Dries Akkerman, Tinus Looijenga en Jantje Akkerman.


anne25.jpg
Op de foto hierboven staat de reisclub Kortezwaag. Alle personen wonen dichtbij de Kortezwaagster brug en eens per jaar maken ze een reisje met de G.A.T.O.-bus van de gebroeders Oenema. Op Oudejaarsnacht wensen deze bewoners elkaar ook allemaal een “Gelukkig Nieuwjaar”. Dan is het erg gezellig op straat.
Bovenaan staan v.l.n.r.: Fokke de Vries, Johannes van der Meulen, Arjen de Vries, Wiebe Lageveen, Koop de Boer, Wiebe van der Wijk, Teun van der Brug, Hendrik van der Vliet en Marten Bron.
Op de tweede rij van boven staan v.l.n.r. Gerrit Jansen, Willem de Vries, Jinke de Vries, Teatske Jonker, Tjeerd Boerstra, Aukje Hofstee, Geertje van der Vliet, Lita.Bron, Romkje de Boer (bijna niet zichtbaar) en Willem Jonker.
Op de derde rij van boven staan v.l.n.r. Jelle Stoelwinder, Hansje Jonker, Ruurdje de Vries, Antje van der Meulen, Jan Vonk, Ham Boerstra, Betje van der Wijk, Hieke Lageveen, Hofstee, Rens Jansen en Lammert Dijkstra
Vooraan zitten v.l.n.r. Kee Vonk, Greta van der Brug, Rieke Stoelwinder, Griet Jonker, Corrie de Vries, Tinus en Griet Dijkstra, buschauffeur Joop Oenema en Annigje Dijkstra.


De middenstanders / Gorredijk

Op de straatbeschrijvingen staan alle winkeliers rond 1950 genoemd, maar er zijn nog meer zelfstandigen in Kortezwaag. Bijvoorbeeld de veehandelaren Lammert Moll, Jan Wijnstra, Popke de Vries en Wiebe Hofma en de vele boeren uiteraard. Hoewel we vrijwel alles kunnen kopen in ons dorp, komen er toch nog kooplui van buitenaf hun waren proberen te verkopen. Groenteboeren Rink Schaafsma en Jouke van der Zee uit Gorredijk komen hier rond op hun bakfiets. “Jan Bakje” en vrouw Holleman komen met een koffer met allerhande snuisterijen bij de deuren langs, net zoals enkele kooplui uit Zwaagwesteinde met lappen en dekens. Jan de Roos probeert op een andere manier centjes bij elkaar te vergaren via het zingen van zijn in het hele Noorden bekende “opera’s”.
 Deze straatzanger uit Ureterp laat zijn gezang gepaard gaan met bewegingen van zijn wandelstok. Stuivers accepteert hij niet, omdat hij dat een belediging voor zijn zangkunst vindt. Op zijn zwarte slipjas heeft hij vele medailles. Naar eigen zeggen heeft hij één ervan van Prins Bernhard gekregen! Schillenboer Elle Welles uit Uilesprong komt wekelijks de aardappelschillen halen met zijn paard en wagen en vrijwel elke Kortezwaagster heeft op die dag een emmer met schillen bij de weg staan. Zo nu en dan komt er een scharenslijper met zijn “scharensliep” langs de deuren. Als de Hamstra’s met hun schepen aanmeren bij de brug halen ze de te slijpen voorwerpen bij de bewoners van huis om ze bij of in hun schip te slijpen. Als ze hier wat langer liggen komen er wel eens een paar kinderen van hun bij ons op school. Wilkens, die met zijn vrouw Margje in een snikke (woonschip) in Gorredijk woont komt ook wel eens de scharen slijpen. Hij verkoopt touwens ook wel zelf gevangen bleien, snoeken en paling aan particulieren. Wilkens en Margje ken ik ook van bioscoop “Flora” boven hotel Wiegersma. Zij zitten dan altijd helemaal vooraan en Wilkens leeft dan met woord en gebaar mee! Wilkens maakt ook wel houten onderzetters voor pannen. Hij omkleedt de bovenkant met blik, dat hij met spijkergaten versiert met een bootje. Hij staat er ook om bekend dat hij, liggend op het dek van zijn snikke, de naam van de boot op de boeg schilderde. Omdat hij geen rekening met zijn schildershouding hield, bleek de naam op zijn kop op het schip te staan! Op het Easterein kunnen de amateurvissers voor de maden terecht bij Johannes (Honnie) Kromsigt en Lammert Dijkstra, die naast zuivelproducten ook maden en ijs verkoopt. Als hij zijn melkroute heeft gelopen komt hij met dezelfde transportkar, waar nu een ijscobak op is gemonteerd, op mooie zomerse dagen rond met smeerijs. Hij en zijn broer Tinus hebben hun spulletjes opgeslagen achter in de schuur bij café Lingsma. Als Hâld Moed de ijsbaan open heeft gesteld verkopen Lammert en Tinus met hun vrouwen Annigje en Griet chocolademelk met koek in het ijshokje naast de baan. Daar is het altijd erg gezellig toeven!
 

anne26.jpganne27.jpg

                                                                                 HÂLD MOED !

Eénmaal per jaar doen de meeste winkeliers in Kortezwaag middels versierde etalages mee met de Winkelweek in Gorredijk. Gelukkig dat Gorredijk zit vastgeplakt aan Kortezwaag, want zo kunnen we vaker een beroep op elkaar doen. We brengen elke week trouw ons kwartje naar de Nutsspaarbank om zo eens per jaar een mooi boek voor het trouwe sparen te kunnen ontvangen en ook elke week rennen we naar Gorredijk om deel te nemen aan de gymles van “Stânfries”. Deze club is opgericht in 1885. Jaarlijks hebben we een uitvoering in Hotel Veensma (voorheen Sijtsema) en als er een turnbetoging op het sportveld is maken we eerst een optocht door het dorp met alle deelnemende gymnastiekverenigingen.

School 1877
Het gymnastieklokaal (in 1981 afgebroken), in 1877 door ''Het Nut'' gebouwd als 'gymnastieklokaal-bewaarschool''

 De actieve voetballers en hun supporters zijn aangewezen op de in 1920 opgerichte voetbalclub v.v.Gorredijk. Tjitse Kramer, Jaap Velde, Broer Maychrzak en Hendrik en Broer van der Vliet zijn geliefde Kortezwaagster voetballers bij v.v.Gorredijk. Omdat je pas op je twaalfde lid mag worden van v.v.Gorredijk beoefenen de meeste kinderen in Kortezwaag naast gym de korfbalsport bij O.D.K. . De muzikale talenten in Kortezwaag, die in een muziekkorps willen spelen moeten daarvoor ook naar Gorredijk om te kunnen oefenen bij Ad Altiore Concordia (A.A.C.) of Looft den Heer. Beide korpsen gaan regelmatig de straat op en vergeten daarbij ook nooit Kortezwaag aan te doen.tjerkhiddes.jpg Ook bij de Sinterklaasoptocht zorgen deze korpsen voor de vrolijke noot. Voor die vrolijke noot wordt zo nu en dan ook door een rondtrekkend draaiorgel gezorgd. Uit blijk van waardering gooien de meeste Kortezwaagsters een cent, stuiver of dubbeltje in het toegestoken koperen bakje. Niet alleen tijdens de winkelweek, maar ook rondom Sinterklaas houden de middenstanders van Kortezwaag en Gorredijk gezamenlijke acties. De zaterdag voor Sinterklaas komen Sint en Piet met de boot “ Tjerk Hiddes” van Steffen van der Werf aan bij de hoofdbrug. Met Sint en Piet gaat het dan in optocht door de Hoofdstraat, de Nieuweweg, ’t Weike, de Langewal en het andere stuk van de Hoofdstraat naar Schansburg, waar ons een kinderfeestje wacht. Na afloop krijgen we bij de uitgang een speculaas- en taaitaaipop, die we onderweg naar huis meestal heerlijk hebben opgesmuld. Meer dan een uur voor aanvang staan we met grote drommen kinderen voor het hek bij de achteringang van Schansburg te wachten.

Een ander gezamenlijk hoogtepunt van de Gorredijksters en Kortezwaagsters is de “Gerdykstermerk”. Tweemaal per jaar wordt er op de eerste maandag in mei en de laatste maandag in oktober allerhande vee, maar hoofdzakelijk koeien, verhandeld op deze markt.Veemarkt Het is ’s morgens vroeg al een drukte van belang in de Hoofdstraat en beide wallen. In de Hoofdstraat staat het vee aan palen en in hokken en op de wallen staan de kraampjes met allerhande koopwaar. Op het Marktterrein is er kermis met auto-scooter, zweef- en draaimolen, cake-walk, de steile wand met o.a. Miss Williams, spookhuis, vlooientheater en wat niet al meer. Wij zijn op de marktdagen altijd vrij van school.

anne28.jpg
Het Station

Ook een evenement waar wij als Gorredijksters en Kortezwaagsters massaal voor uitlopen is de Goarretocht op een mooie zondag in juni. We melden ons ’s morgens in grote getale bij Hotel Veensma en getooid met een fietsvlaggetje met “Goarretocht” erop genieten wij van de fraaie omgeving. Het ene jaar gaan we richting Kiekenberg, Oldeberkoop en Oranjewoud, een ander jaar richting Liphústerheide, Beetsterzwaag en Olterterp. Eén van de tochten werd ingeleid met 
                                                                                                   Langs vaarten en rietplas
                                                                                                   Langs bossen en heide
                                                                                                   Langs straatweg en zandpad
                                                                                                   Langs bouwland en weide.


anne29.jpg

Hier ben ik weer bij het huisje van mevrouw De Boer bij onze school. Links is ook een hekje en daarop zit ik tijdens mijn mijmeringen. Rechts staat het transformatiehuisje van de P.E.B..

                                                            EPILOOG
In 1315 wordt het dorp Kortezwaag nog Uraswagh genoemd. Swagh betekent laag grasland en Ura betekent kort. Utreswagh (Langezwaag) had uitgestrektere graslanden dan Uraswagh.
“Tsjerke-en-toer moat midden yn ’t doarp bliuwe” luidt een oud Fries gezegde. De oorsprong van het gezegde ligt in de Middeleeuwen en heeft te maken met het ontstaan van en de rangschikking der verkavelingen van buurtschapjes, veelal met de kerk-en-toren in een centrale positie.

anne30.jpg
De kerk van Kortezwaag ligt ver buiten het centrum, maar oorspronkelijk heeft het Middeleeuwse Mariakerkje wel te midden van de boerenplaatsjes gestaan. Na opschuiving van de kleine woonconglomeratie tussen 1200 en 1250 vanuit het gebied van de “Alde Ie” naar (het latere) Jonkersland, zal het toen nieuw gebouwde kapelletje of kerkje eerst bij benadering wel halverwege gestaan hebben tussen 5á 6 percelen ten noordoosten en 4 á 6 ten zuidwesten. Een volgende fase deed zich voor in de Dekema-tijd vanaf halverwege de 16e eeuw, toen er aan de zuidwestkant uitbreiding plaats vond. Na 1600 kwam ten noordoosten een opbloeiende veenderij, uitmondend in het buurtschapje Oosterend, naderhand onder behoor van Kortezwaag. Verschuiving van het economisch zwaartepunt doet de centraal gelegen dorpskerk aan de rand belanden. In 1797 werd de huidige kerk gebouwd met oorspronkelijk een paard op de toren, net als in Gorredijk en Langezwaag. Ook stond er een klokkenstoel bij. In de 18e en 19e eeuw is er veel bos in en rond Kortezwaag. Veel van de geldelijke opbrengst van het hout wordt gebruikt voor de aflossing van de kerk. In een ver verleden was het boerendorp Kortezwaag een belangrijke dorpsgemeenschap. Gorredijk bestond nog niet en toen de naam “Gordyk” op den duur opgang begon te maken was die nieuwe woonconglomeratie eerst niet meer dan een soort uitbouw van het eeuwen oudere “Corteswagen”. De vlecke Gorredijk groeide zo snel dat het in de zestiger jaren van de 20e eeuw datzelfde Kortezwaag bij wijze van spreken van de kaart veegde.Nu leeft de naam KORTEZWAAG alleen nog voort als sportpark en sporthal ……………………!

anne31.jpg

Vaarwel, dierbaar Kortezwaag!

                                                                                                               Anne Veenstra
                                                                                                               Rolde
                                                                                                               Geb. 05-10-1939